Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 23.525 - 24-02-2009

Samenvatting

Verzoeker uit kritiek op de omstandigheid dat zijn op het ogenblik van de aanvraag hangende asielaanvraag, niet werd aangenomen als buitengewone omstandigheid. De Raad stelt vast dat de redenering van verzoeker niet kan worden gevolgd immers, ten tijde van zijn aanvraag om machtiging tot verblijf was de asielaanvraag van verzoeker inderdaad hangende, maar ten tijde van het nemen van de beslissing inzake zijn aanvraag om machtiging tot verblijf, was de asielaanvraag reeds afgewezen. De buitengewone ornstandigheden moeten worden beoordeeld op het ogenblik van de beslissing inzake de aanvraag orn machtiging tot verblijf. De gemachtigde van de minister kon bijgevolg de buitengewone omstandigheden beoordelen zoals die bestonden op het ogenblik van het nemen van de beslissing inzake de aanvraag, Op dat moment was de asielprocedure van verzoeker afgesloten en kon de gemachtigde van de minister hier als dusdanig naar verwijzen, De schending van artikel 9bis kan niet worden aangenomen. De Dienst Vreemdelingenzaken heeft een "toelichting betreffende de toepassing van artikel 9, Derde lid van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen" opgesteld die gepubliceerd is op de website van het Vlaams Minderhedencentrum. Het Vlaams Minderhedencentrum, net zoals verzoeker in zijn verzoekschrift, stelt dat deze tekst gepubliceerd werd op de website van de Dienst Vreemdelingenzaken op 7 december 2006. De Raad stelt vast dat deze tekst niet meer op de website van de Dienst Vreemdelingenzaken staat In deze toelichting wordt vermeld dat de specifieke humanitaire situatie inzake de onredelijke duur van de asielprocedure, vreemdelingen betreft wier asielprocedure al minstens vier jaar aangesleept heeft (drie jaar indien hij een kind/kinderen heeft dat/die 6 à 18 jaar oud is/zijn en naar school gaat/gaan), zonder dat de instanties die bevoegd zijn om over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van de a