Samenvatting
De Raad stelt vast dat de verzoeker veroordeeld is voor zijn leidende rol in een terroristische organisatie. In het licht van de volledige omstandigheden belet het feit dat de verzoeker zijn straf uitgezeten heeft, op zichzelf niet dat er toepassing gemaakt wordt van de uitsluitingsclausule in artikel 1, F, c) Conventie van Genève. Om dezelfde motieven is de toepassing van artikel 55/4 Vreemdelingenwet gerechtvaardigd ten aanzien van verzoeker.