Samenvatting
Verzoekster betoogt, nadat ze heeft uiteengezet dat het aan de verwerende partij toekwam om bijkomende informatie op te vragen bij haar over de samenstelling van het pensioen van de referentiepersoon, dat dit laatste er eigenlijk niet toe doet en dus een vals probleem is, gezien uit de neergelegde pensioenfiche duidelijk bleek dat de inkomsten van de referentiepersoon niet hoger zijn dan het referentiebedrag. Verzoekster wijst erop dat de verwerende partij in dit geval de aanvraag niet automatisch mag afwijzen maar zich had dienen te buigen over de behoefteanalyse die zij via haar raadsman reeds had voorbereid. Verzoekster voegt er verder aan toe dat het aan de hand van rechtspraak van de Raad duidelijk is dat de inkomensgarantie voor ouderen (IGO) wel degelijk in aanmerking moet worden genomen als bestaansmiddel bij gezinshereniging met een Belg.
Verzoekster kan worden gevolgd in haar betoog. Zelfs al zou de zorgvuldigheidsplicht bij verzoekster liggen om de verwerende partij in te lichten aangaande de samenstelling van het pensioen van de referentiepersoon en heeft ze hieraan niet voldaan, dan nog verhinderde dit de verwerende partij niet om in casu een behoefteanalyse te maken, waartoe zij wettelijk is verplicht indien de bestaans-middelen van de referentiepersoon niet ten minste gelijk zijn aan honderdtwintig procent van het bedrag bedoeld in artikel 14, § 1, 3° van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie en zoals geïndexeerd volgens artikel 15 van voormelde wet.
Immers luidt artikel 42, §1, tweede lid van de Vreemdelingenwet als volgt:
“Indien aan de voorwaarde van het toereikend karakter van de bestaansmiddelen bedoeld in de artikelen 40bis, § 4, tweede lid, en 40ter, § 2, tweede lid, 1°, niet is voldaan, dient de minister of zijn gemachtigde, op basis van de eigen behoeften van de burger van de Unie die vervoegd wordt en van zijn familieleden te bepalen welke bestaansmiddelen zij nodig hebben om in hun behoeften te voorzien zonder ten laste te vallen van de openbare overheden. De minister of zijn gemachtigde kan hiervoor alle bescheiden en inlichtingen die voor het bepalen van dit bedrag nuttig zijn, doen overleggen door de vreemdeling en door elke Belgische overheid.”
Ten eerste moest, zelf al zou het pensioen van de referentiepersoon volledig uit de IGO bestaan, dit pensioen in aanmerking worden genomen door de verwerende partij zoals verzoekster terecht stelt in haar verzoekschrift.