Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 246.625 - 22-12-2020

Samenvatting

Uit de motieven van de bestreden beslissing en het bijhorende medische advies van 26 juni 2020, dat de noodzakelijke materiële grondslag vormt om verzoeksters medische verblijfsaanvraag af te wijzen, blijkt dat de vaststelling dat de verzoekster over een Argentijnse verblijfsvergunning beschikt, decisief is voor de genomen weigeringsbeslissing. Het werd immers in de eerste plaats onderkend dat het vanuit medische standpunt momenteel niet aangewezen is dat de verzoekster terugkeert naar haar land van herkomst, Venezuela.
 
De Raad stelt vast dat de verzoekster noch in de thans voorliggende medische verblijfsaanvraag zelf (zie administratief dossier), noch in enig ander stuk dat zij ter ondersteuning van deze aanvraag heeft voorgelegd, heeft gemeld dat zij een geldige verblijfsvergunning heeft voor Argentinië. In tegendeel, bij haar aanvraag voegde de verzoekster haar Venezolaanse paspoort en haar Venezolaanse identiteitskaart (‘Cedula de identitdad’) en met betrekking tot de beschikbaarheid en de toegankelijkheid van de nodige medische zorgen, verwees zij enkel naar informatie omtrent de gezondheidszorgen in Venezuela. Waar de ambtenaar-geneesheer in het voormelde medische advies en de gemachtigde in een voorafgaande nota van 17 juni 2020 (zie administratief dossier), hebben gesteld dat de verzoekster over een Argentijnse verblijfsvergunning beschikt en dat het land van verblijf derhalve Argentinië is, hebben zij zich dan ook gebaseerd op andere informatie dan deze die door de verzoekster werd aangereikt in het kader van de kwestieuze medische verblijfsaanvraag. Naar alle waarschijnlijkheid werd deze informatie gehaald uit verzoeksters asielrelaas en uit de stukken die zij neerlegde in het kader van het verzoek om internationale bescherming dat zij indiende op 6 juni 2019. De ambtenaar-geneesheer heeft immers in zijn verdere vaststellingen expliciet naar verzoeksters asielrelaas verwezen om te stellen dat zij nog familie heeft in Argentinië. 
 
Aangezien de voorwaarden voor het toekennen van een medische verblijfsmachtiging steeds moeten worden geëvalueerd op het tijdstip waarop de (weigerings-)beslissing wordt genomen en aangezien de ambtenaar-geneesheer zelf vooropstelt dat een terugkeer naar Argentinië, dat wordt aangemerkt als “land van terugname” mogelijk is, dienden de ambtenaar-geneesheer en/of de gemachtigde dan ook te verifiëren of de verzoekster op het moment van de bestreden beslissing wel degelijk over een geldige Argentijnse verblijfsvergunning beschikte.
 
Bij het verzoekschrift voegt de verzoekster een attest van de Argentijnse ambassade te Brussel van 28 juli 2020, waarin wordt gemeld dat verzoeksters recht op verblijf in Argentinië werd geannuleerd door de Dienst Migratie van het Argentijnse Ministerie van Binnenlandse Zaken aangezien zij reeds sinds juni 2019 geregistreerd staat in België en de wetgeving voorziet in een verlies van het verblijfsrecht van een tijdelijke verblijver wanneer de persoon langer dan 1 jaar niet meer in Argentinië verblijft. De authenticiteit en de waarachtigheid van dit document en de erin vermelde gegevens worden niet betwist. Hieruit blijkt dat de verzoekster, ondanks haar verblijfskaart die voorzag in een tijdelijk verblijf tot 5 oktober 2020, naar Argentijns recht haar verblijfsrecht alleszins van rechtswege heeft verloren op 1 juni 2020, datum van de uitreisstempel die in het voorgelegde paspoort is aangebracht. 
 
De Raad wijst erop dat wanneer, zoals te dezen, een verzoekende partij op gemotiveerde en onderbouwde wijze betwist dat een beslissing op juiste feitelijke motieven berust, het aan de overheid toekomt om via het administratief dossier het bestaan van de in haar beslissing vermelde motieven en de deugdelijkheid ervan aan te tonen (cf. RvS 30 juni 2011, nr. 214.282). Een appreciatiebevoegdheid moet immers steeds worden uitgeoefend op grond van toereikende beweegredenen, wat in de eerste plaats veronderstelt dat er beweegredenen bestaan en dat dit bestaan bewezen kan worden. De verweerder blijft hiertoe echter geheel in gebreke.
 
De vaststelling dat de verzoekster over een Argentijnse verblijfsvergunning beschikt en dat zij dus kan teruggenomen worden door Argentinië, is dan ook niet deugdelijk verantwoord.
 
Een schending van de materiële motiveringsplicht is aangetoond. Het verweer in de nota met opmerkingen doet hieraan geen afbreuk, te meer daar, omtrent de gegrond bevonden grief, geen concreet verweer wordt naar voor gebracht.
 
Ten overvloede wijst de Raad erop dat het, ook al opereert hij in het kader van een louter annulatiecontentieux, in bepaalde omstandigheden wel degelijk mogelijk is om bepaalde stukken, die voor het eerst bij het verzoekschrift worden gevoegd en die dateren van na de bestreden beslissing, in de debatten te betrekken. Wanneer het een situatie betreft waarin de administratieve overheid weigert het voordeel te verlenen dat door de rechtszoekende werd gevraagd, quod in casu, heeft deze normaliter in de aanvraag reeds kunnen uiteenzetten waarom hij meent aanspraak te kunnen maken op het gevraagde. In de regel kunnen nieuwe stukken dan niet op een dienstige wijze worden bijgebracht. Het is weliswaar anders wanneer de administratieve overheid het gevraagde weigert om redenen waarop de rechtszoekende onmogelijk kon anticiperen bij het indienen van diens aanvraag. In dat geval moet de rechtsonderhorige de gelegenheid krijgen om zijn standpunt kenbaar te maken nopens de feiten die aan die redenen ten grondslag liggen en nopens de appreciatie van die feiten (cf. RvS 8 augustus 1997, nr. 67.691; RvS 18 mei 1999, nr. 80.275). Te dezen werd vastgesteld dat de gemachtigde en de ambtenaar-geneesheer zich op decisieve wijze hebben gebaseerd op de vaststelling dat de verzoekster over een Argentijnse verblijfsvergunning beschikt. De verzoekster heeft echter in het kader van de kwestieuze aanvraag hiervan op geen enkele wijze gewag gemaakt. Zij kon hierop dan ook onmogelijk anticiperen.
 
Het enig middel is, in de aangegeven mate, gegrond. Deze vaststelling leidt tot de nietigverklaring van de bestreden beslissing.