Samenvatting
Vooreerst stelt de Raad vast dat in de bestreden beslissing verzoeksters verklaringen over de wijze van rekrutering door de bendeleden weinig overtuigend worden geacht in het licht van informatie waaruit zou blijken dat “het meestal jaren duurt vooraleer een rekruut wordt toegelaten tot de bende, en dit nadat hij veelvuldig zijn loyaliteit heeft getoond, iets dat wordt bevestigd door de laatste test die hij dient uit te voeren, namelijk het plegen van een moord. Dat de bende uw zoon meteen vraagt om geld te innen voor hen, terwijl hij net aangaf niets met de bende te maken te willen hebben, is uiterst twijfelachtig.”.
De Raad stelt vast dat de map landeninformatie in het administratief dossier leeg is en dat de bestreden beslissing verder ook niet specifieert naar welke informatie dit motief in de bestreden beslissing verwijst. Zoals terecht aangevoerd in het verzoekschrift kan niet worden geverifieerd in welke mate verzoeksters verklaringen over de wijze waarop haar zoon werd benaderd door de bendeleden al dan niet stroken met deze informatie. Het gaat in casu wel degelijk om een determinerend motief in de bestreden beslissing aangezien het verzoek om internationale bescherming precies gebaseerd is op de vrees dat verzoeksters minderjarige zoon zal gerekruteerd zal worden en hierboven reeds werd vastgesteld dat de overige motieven van de bestreden beslissing de conclusie dat haar verklaringen over de rekruteringspogingen van haar zoon niet geloofwaardig zijn, niet kunnen schragen om de daar uiteengezette redenen.
In de nota van verwerende partij dd. 17 november 2021 wordt naar de vermelde passage in de bestreden beslissing verwezen en stelt zij vast dat de “COI Focus “El Salvador. Beschrijving van het afpersingsproces” d.d. 30 april 2021, waar de bestreden beslissing naar verwijst, ontbreekt in het administratief dossier en voegt deze in bijlage bij haar nota met opmerkingen”. De Raad stelt vooreerst vast dat de bijgebrachte COI Focus enkel specifieke informatie bevat over het in El Salvador wijd verspreide fenomeen van afpersing. Nochtans kan nergens uit het administratief dossier blijken dat verzoekster beweert het slachtoffer te zijn geweest van afpersing of dit te vrezen in geval van terugkeer. Verder blijkt deze COI Focus geen relevante informatie te bevatten die nuttig kan zijn bij de beoordeling van verzoeksters vrees dat haar minderjarige zoon zal gerekruteerd worden door een bende en haar verklaringen over de ervaringen van haar zoon in het verleden en de wijze waarop hij door bendeleden werd benaderd. Ter terechtzitting beaamt de vertegenwoordiger van verwerende partij dat de bijgebrachte COI Focus geen relevante informatie bevat met betrekking tot de modus operandi van bendes bij de rekrutering van minderjarigen. Hieruit volgt dat de informatie waarop de commissarisgeneraal zich blijkens de bestreden beslissing baseerde met betrekking tot de rekrutering van minderjarigen zich niet in het administratief dossier bevond op het ogenblik van het nemen van de beslissing en derhalve ook niet ter beschikking was van verzoekster op het ogenblik van het indienen van haar beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Evenmin heeft verwerende partij deze informatie bijgebracht in haar nota van 17 november 2021, noch legt zij deze neer ter terechtzitting. Aangezien verzoekster noch op het ogenblik waarop de bestreden beslissing is genomen noch tijdens de procedure voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in kennis werd gesteld van cruciale informatie waarop de bestreden beslissing gebaseerd zou zijn, werd verzoekster niet in staat gesteld de motieven van de bestreden beslissing op nuttige wijze te verifiëren en hierop te reageren. Ook de Raad blijft op deze manier verstoken van gedetailleerde objectieve landeninformatie met betrekking tot rekrutering van minderjarigen door bendes in El Salvador. Hoewel de door verzoekster bijgebrachte rapporten en het artikel met betrekking tot de ontdekking van een clandestiene begraafplaats in haar woonplaats Nuevo Cuzcatlan relevant zijn om een inschatting te kunnen maken van de algemene context en de aanwezigheid van bendes aldaar, bevat deze verder geen informatie met betrekking tot de modus operandi van bendes bij de rekrutering van minderjarigen. Verder wijst de Raad er op ook op dat de beoordeling van de nood aan internationale bescherming zich niet kan beperken tot een loutere evaluatie van vervolgingsfeiten in het verleden maar een toekomstgerichte beoordeling van het risico op vervolging of ernstige schade vereist in het licht van actuele landeninformatie en de individuele omstandigheden van de verzoekster en haar zestienjarige zoon, in het bijzonder hun socio-economische achtergrond.
(…)
De Raad stelt vast dat, in de huidige stand van zaken, niet zonder meer kan besloten worden dat verzoeksters verklaringen over de rekruteringspogingen van bendeleden ten opzichte van haar minderjarige zoon ongeloofwaardig zouden zijn en dat specifieke informatie met betrekking tot rekrutering door bendes in El Salvador, waarnaar de bestreden beslissing verwijst, ontbreekt en haar verklaringen bijgevolg evenmin hieraan kunnen getoetst worden door de Raad.
Gelet op wat voorafgaat en gelet op het gegeven dat hij niet de nodige onderzoeksbevoegdheid heeft, ontbreekt het de Raad heden aan essentiële elementen om te komen tot de in artikel 39/2, § 1, tweede lid, 1° van de Vreemdelingenwet bedoelde bevestiging of hervorming zonder aanvullende onderzoeksmaatregelen te moeten bevelen.
Bijgevolg dient de bestreden beslissing te worden vernietigd overeenkomstig artikel 39/2, § 1, tweede lid, 2° van de Vreemdelingenwet.