Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 270.702 - 30-03-2022

Samenvatting

In de bestreden beslissing worden zowel de vluchtelingenstatus als de subsidiaire beschermingsstatus geweigerd. Het CGVS hecht geen geloof aan het asielrelaas van verzoeker onder meer omdat hij ten aanzien van de Belgische, Finse en Franse asielinstanties totaal verschillende verhalen heeft verteld over de reden van vertrek uit Irak. Namelijk, enkel in België brengt verzoeker een relaas in verband met zijn homoseksualiteit naar voren.
 
Naast een schending van de motiveringsverplichting en van artikel 3 EVRM, voert verzoeker tevens een schending aan van de beginselen van behoorlijk bestuur.
 
Verzoeker acht zijn stilzwijgen omtrent zijn geaardheid normaal omdat hij met een persoonlijk trauma zat, met name de vrees om door zijn eigen gemeenschap of familie gedood te worden omdat hij hen oneer zou hebben aangedaan. Volgens verzoeker wordt homoseksualiteit niet aanvaard in Irak.
 
De Raad stelt vast dat verweerder in wezen geen geloof hecht aan verzoekers homoseksuele geaardheid. Volgens rechtspraak van het Hof van Justitie kan uit het feit dat een verzoeker, wegens zijn terughoudendheid bij het onthullen van intieme aspecten van zijn leven, niet meteen van bij de eerste asielaanvraag heeft verklaard homoseksueel te zijn, niet de conclusie worden getrokken dat deze verzoeker niet geloofwaardig zou zijn. Het feit dat de verklaringen van verzoeker laattijdig zijn, is op zich niet voldoende om te besluiten dat zijn homoseksuele geaardheid niet op waarheid berust. Bijkomende bevindingen zijn in dit geval vereist.
 
De Raad merkt op dat verwerende partij heeft nagelaten dergelijk onderzoek naar de geloofwaardigheid van de homoseksuele geaardheid van verzoeker te verrichten. De Raad meent dat een volledig en zorgvuldig onderzoek moet gebeuren van verzoekers voorgehouden homoseksuele geaardheid opdat daarna het risico op vervolging omwille van deze geaardheid bij een terugkeer naar Irak kan worden beoordeeld. Dit onderzoek dient een toekomstgerichte beoordeling te zijn. Immers, bescherming dient niet alleen te worden gegeven aan personen die reeds werden vervolgd maar ook aan personen die het risico lopen vervolgd te worden. Tenslotte kan van verzoeker niet worden verwacht dat hij zijn seksuele geaardheid verbergt of zich terughoudend opstelt bij de invulling van zijn seksuele geaardheid om een risico op vervolging in het land van herkomst te vermijden. De Raad besluit tot een vernietiging van de bestreden beslissing.