Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 27.253 - 12-05-2009

Samenvatting

Ingevolge art. 12bis van de Vreemdelingenwet moet de beslissing worden genomen binnen de negen maanden volgend op de datum van de indiening van de aanvraag, met een mogelijk uitstel van twee maal drie maanden. De beslissing moest dus uiterlijk worden genomen vijftien maanden na datum van de aanvraag, die in casu in augustus 2006 plaatsvond. Deze datum van aanvraag wordt niet betwist door verwerende partij en wordt door haarzelf gebruikt in al de stukken van het dossier. De beslissing moest dus uiterlijk in de loop van november 2007 worden genomen. Er wordt tevens opgemerkt dat er zich geen tweede beslissing tot uitstel in het dossier bevindt, enkel deze van 10 oktober 2006. Het gevolg dat art. 12bis van de Vreemdelingenwet voorziet in het geval er geen enkele beslissing wordt genomen binnen de termijn, eventueel verlengd overeenkomstig het vierde lid van dit artikel, is dat de toelating tot verblijf moet worden verstrekt. Er is niet voorzien dat er daarna nog een beslissing tot weigering kan worden genomen. In casu werd wel zulke niet in de wet voorziene beslissing genomen. De bestreden beslissing wordt vernietigd