Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 283.221 - 16-01-2023

Samenvatting

Gelet op het voorgaande, werden partijen ter terechtzitting uitgenodigd standpunt in te nemen over het belang van verzoekster bij huidige vordering. De Raad wijst er hierbij op dat de bestreden beslissing tot opheffing van de vluchtelingenstatus losstaat van het onbeperkte verblijfsrecht dat zij in België thans geniet en dat deze beslissing op zich geen invloed meer kan hebben op dit onbeperkte verblijfsrecht.
 
Verzoekster toont ter terechtzitting haar verblijfskaart met vermelding “sejour illimite” (“onbeperkt verblijf”).
 
Haar raadsman meent nog steeds een belang te hebben bij haar beroep. Zij zet uiteen dat het gunstiger is om over een internationale beschermingsstatus te beschikken met het oog op het bekomen van documenten dan over een onbeperkt verblijfsrecht.
 
Verzoekster brengt hiermee echter geen enkel concreet argument bij waaruit zou blijken dat de opheffing van de vluchtelingenstatus in casu aanleiding kan of zou kunnen geven tot een beëindiging van het verblijf met een bevel om het grondgebied te verlaten. De Raad onderstreept dat het doel van het indienen van een beschermingsverzoek erin bestaat om internationale bescherming te verkrijgen.
 
Het rechtstreeks karakter van het belang heeft betrekking op de relatie die dient te bestaan tussen het nadeel en de bestreden beslissing aangezien er een direct of rechtstreeks causaal verband moet vaststaan tussen beide. Het recht op toegang tot de rechter wordt niet op buitensporige wijze beperkt door de interpretatie dat beroepen slechts voor de Raad kunnen worden gebracht door verzoekende partijen die doen blijken van een rechtstreeks belang (GwH 30 september 2010, nr. 109/2010, r.o. B.6).
De toekenning van de vluchtelingenstatus aan verzoekster in 2016 heeft geleid tot een tijdelijk verblijfsrecht, dat heden een onbeperkt verblijfsrecht is geworden en wat overigens blijkt uit de door verzoekster ter terechtzitting getoonde verblijfskaart. De Raad benadrukt dat een beëindiging van haar onbeperkt verblijfsrecht actueel enkel mogelijk is om redenen van openbare orde of nationale veiligheid. Er zijn geen indicaties voorhanden voor het bestaan van dergelijke redenen van openbare orde of nationale veiligheid. Evenmin zijn er indicaties van fraude. Ongeacht de uitkomst van onderhavig beroep bij de Raad tegen de beslissing tot opheffing van verzoeksters internationale beschermingsstatus, blijft haar onbeperkt verblijfsrecht onaangetast en geniet zij blijvende bescherming tegen refoulement, waardoor haar vordering haar geen enkel voordeel kan opleveren.
 
Verzoeksters betoog omtrent het behoud van het belang wegens het bekomen van andere documenten heeft geen enkele betrekking op een nood aan bescherming, kent bijgevolg een onrechtstreeks karakter en volstaat niet om een ontvankelijk beroep in te dienen.