Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 284.023 - 30-01-2023

Samenvatting

De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (hierna: de Raad) stelt vast dat uit de overvloed aan westerse mediaberichtgeving het op datum van terechtzitting een gegeven van algemene bekendheid betreft dat er in Rusland in september 2022 een gedeeltelijke mobilisatie werd afgekondigd en dat er minstens het vermoeden aanwezig is dat de officiële mobilisatiecriteria door de Russische autoriteiten niet steeds correct worden toegepast en het mede in het verlengde hiervan onmogelijk is een klaar zicht te krijgen op de behandeling van terugkerende mannelijke Russische onderdanen na een jarenlang verblijf in het buitenland.De Raad stelt vast dat hij over te weinig informatie beschikt, niet in het minst in verband met de omstandigheden waarin de gedeeltelijke mobilisatie zich in Tsjetsjenië ontvouwt, de regio van herkomst van verzoeker. Dat verzoeker thans 27 jaar is en zich nog enige tijd in een Belgische gevangenis bevindt, doet geen afbreuk aan het gegeven dat er op heden geen objectieve informatie voorligt over de feitelijke tenuitvoerlegging van de mobilisatie doorgevoerd door de Russische autoriteiten. De situatie is dermate volatiel en onzeker dat niet kan worden uitgesloten dat het conflict zich nog zal uitbreiden, dat er eventueel een algemene mobilisatie zal worden afgekondigd of dat de dienstplichtleeftijd zal worden opgetrokken.Gezien de Raad inzake de hoger aangehaalde elementen de nodige onderzoeksbevoegdheid ontbeert, ontbreekt het hem aan essentiële elementen om te komen tot de in artikel 39/2, § 1, tweede lid, 1°, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (hierna: de Vreemdelingenwet) bedoelde bevestiging of hervorming zonder aanvullende onderzoeksmaatregelen te moeten bevelen. Bijgevolg dient de bestreden beslissing te worden vernietigd overeenkomstig artikel 39/2, § 1, tweede lid, 2°, van de Vreemdelingenwet.