Samenvatting
De RvV hervormt een weigeringsbeslissing van het CGVS. De RvV concludeert dat er door de samenloop van verschillende persoonlijke omstandigheden en redenen, in casu voldoende elementen aanwezig zijn om te besluiten tot een gegronde vrees voor vervolging. De RvV kent vluchtelingenstatus toe aan verzoeker.
Verzoeker is een niet-begeleide minderjarige Afghaanse onderdaan die Afghanistan op zijn twaalf jaar heeft verlaten. Ten tijde van het beroep was hij veertien jaar oud.
De individuele risicobepalende omstandigheden die cumulatief moeten worden bekeken in het licht van de algemene landeninformatie zijn volgens de RvV: zijn Hazara-etnie, zijn sjiitische geloofsstrekking en zijn afwijking van de norm enerzijds door zijn medische problematiek en anderzijds door zijn langdurig verblijf in Europa.
De RvV volgt het CGVS in zijn conclusie dat er geen systematische vervolging is van de Hazara omwille van hun etnie of religie in Afghanistan. Het loutere feit deel uit te maken van de Hazara-groep is op zich niet voldoende om een vrees voor vervolging of reëel risico op ernstige schade uit te maken. Er is wel sprake van een zeer precaire algemene situatie waar rekening mee wordt gehouden in de beoordeling van de beschermingsverzoeken van Hazara uit Afghanistan.
De Raad merkt op dat een meerderheid van sjiitische moslims in Afghanistan tot de Hazara behoort. Hazara zijn herkenbaar omwille van hun fysieke kenmerken en behoren tot de belangrijkste slachtoffers van doelgerichte sektarische aanvallen op sjiieten door de ISKP.
De medische problematiek van verzoeker betreft vermoedelijk een syndroom met zichtbare kenmerken. Dit leidde al tot een machtiging tot verblijf van één jaar om medische redenen in België. De RvV stelt dat er redelijkerwijze kan worden aangenomen dat er een stigma kleeft aan verzoeker die hij niet van zich zal kunnen afschudden, aangezien hij zichtbare kenmerken vertoont van zijn medische problematiek. Dit tezamen met zijn jonge leeftijd en het feit dat hij op vroege leeftijd Afghanistan heeft verlaten, maken dat hij afwijkt van de norm.
Bovendien stelt de RvV dat de taliban niet kan worden beschouwd als actor van bescherming die in staat is om effectieve, niet-tijdelijke en toegankelijke bescherming te bieden. Dit door het gebrek aan recht op een eerlijk proces, de aard van de bestraffingen binnen het justitiemechanisme en rekening houdend met de mensenrechtenschendingen.
Gelet op zijn Hazara-etnie, geloofsstrekking als sjiiet en afwijking van de ‘norm’ kan in dit geval een verband worden gelegd tussen de gevreesde vervolging en een toegedichte politieke of godsdienstige overtuiging.