Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 28.541 - 11-06-2009

Samenvatting

De Raad kan zich vinden in de argumentatie van verzoeker wat betreft de vraag naar de voortduring van de aanwervingen van dorpsbewakers in de periode dat verzoeker zich in Turkije bevond. Bovendien kan er niet worden besloten dat verzoeker over een binnenlands vluchtalternatief beschikte. De Raad oordeelt dat het relaas van verzoeker geen fundamentele tegenstellingen bevat en geloofwaardig is. Het is mogelijk dat de pro Koerdische activiteiten aan hem worden verweten omwille van zijn familiale banden. De Raad merkt verder op dat de vrees voor vervolging van verzoeker dient te worden beoordeeld aan de hand van de actuele politieke en veiligheidssituatie in Turkije. Hij stelt vast dat er niet wordt in twijfel getrokken dat verzoeker van Koerdische origine is en afkomstig is uit het zuidoosten van Turkije. Sinds midden 2007 is de situatie in de regio van verzoeker verergerd. De Raad oordeelt dat deze situatie van zodanige aard is dat de vrees voor vervolging van verzoeker omwille van zijn etnisch, politiek en familiaal profiel, versterkt wordt. De hoedanigheid van vluchteling wordt toegekend aan verzoeker.