Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 299.757 - 10-01-2024

Samenvatting

Inzake de ontdekking en beleving van zijn homoseksuele geaardheid in Nigeria dient vastgesteld dat verzoekers verklaringen doorleefd, coherent en, mede gelet op de context van de homofobe Nigeriaanse samenleving, aannemelijk voorkomen. Zo verklaart hij meermaals dat hij reeds van op jonge leeftijd merkte dat hij zich seksueel aangetrokken voelt tot jongens maar dat hij veelvuldig heeft geprobeerd om deze gevoelens te onderdrukken in de hoop dat ze voorbij zouden gaan. Verzoeker verklaart dat hij op internaat op elf- à twaalfjarige leeftijd merkte dat hij een erectie kreeg toen hij samen met andere naakte jongens onder de douche stond, dat hij ‘close’ was met een vriend maar dat hij merkte dat hij “te hard reageerde” waarop hij zichzelf terugtrok (notities van het persoonlijk onderhoud, p. 19 en 23). Verzoeker wist immers dat homoseksualiteit taboe was in de Nigeriaanse (christelijke) samenleving, ook binnen zijn eigen familie, en dit reeds van toen hij nog een kind was (notities van het persoonlijk onderhoud, p. 24). Hij stelt dat hij hoopte dat zijn homoseksuele gevoelens voorbij zouden gaan en dat hij pas merkte dat dit niet het geval was na zijn relatie met de Belgische vrouw Na. in België (notities van het persoonlijk onderhoud, p. 25: “U zei zelf dat u op de hoogte was van het feit dat homoseksualiteit in Nigeria taboe en verboden was, had u daar dan gevoelens over toen u zich bewust werd van uw seksualiteit? Ik hoopte niet dat alles doorging op de manier zoals het was. Hoe bedoelt u? Ik hoopte dat het gevoel voor altijd bij mij zou zijn. Ik dacht dat het gewoon voorbij zou gaan. Wanneer realiseerde u zich dat het niet voorbij zou gaan? Met Na.” (eigen onderlijning)). Verzoeker stelt tevens dat hij probeerde om geen avances te maken naar mannen, dat hij zich niet associeerde “met iets dat gay was”, en dat hij zijn familie bleef zeggen dat hij niet klaar was om te trouwen (notities van het persoonlijk onderhoud, p. 36-37). Verzoeker benadrukt daarbij dat het niet gemakkelijk is om ‘uit de kast te komen’, zelfs niet in Europa, temeer gelet op de door hem gevreesde reactie van zijn familie (notities van het persoonlijk onderhoud, p. 26). Daarom had verzoeker in Nigeria ook een vriendin, C., waaromtrent hij verklaart: “De reden waarom ik in die relatie zat was om te doen alsof. Ze wist het niet. Het ging niet zo goed.” (notities van het persoonlijk onderhoud, p. 28; zie ook notities van het persoonlijk onderhoud, p. 37-38).

Verder stelt de Raad vast dat verzoeker in Nigeria slechts enkele, beperkte homoseksuele contacten heeft gehad. Zijn eerste ervaring op dat vlak was met D., zijn persoonlijke assistent in Lagos. Dit contact beperkte zich tot masturbatie door verzoeker in het bijzijn van D. Verzoeker verklaart daarover dat hij heel bang was dat D. iets zou doorvertellen, maar dat hij D. voldoende vertrouwde opdat hij dit niet zou doen, temeer daar D. financieel van hem afhankelijk was waardoor hij D. er in zekere zin toe verplichtte. D. vond het volgens verzoeker niet zo belangrijk en lachte gewoon (notities van het persoonlijk onderhoud, p. 19-20 en 22). Hoewel kan worden aangenomen dat dergelijk gedrag in de context van de homofobe Nigeriaanse samenleving risicovol is, dient benadrukt dat uit verzoekers verklaringen blijkt dat dit seksueel contact zich beperkte tot masturberen door verzoeker in het bijzijn van D. en dat D. dus zelf geen seksuele handelingen stelde. Gelet op de machtsverhouding tussen verzoeker en D., die zijn persoonlijke assistent was en dus in een financieel afhankelijke relatie ten opzichte van verzoeker stond, is het aannemelijk dat verzoeker een dergelijk risico nam door te vragen of hij in het bijzijn van D. mocht masturberen zonder dat er verder iets meer gebeurde.

Tevens had verzoeker in Nigeria homoseksuele contacten met drie of vier andere mannen, waaronder met N. Hij leerde deze mannen kennen via een website voor homoseksuele contacten, telefoneerde vervolgens enige tijd met hen (met verborgen telefoonnummer) en pas wanneer hij zich comfortabel voelde dat het niet om een val ging, sprak hij af (notities van het persoonlijk onderhoud, p. 29). Hieruit blijkt dat verzoeker wel degelijk voorzichtig tewerk ging. Verder blijkt uit het geheel van verzoekers verklaringen dat zijn contacten met andere homoseksuelen niet van die aard waren dat het om een daadwerkelijke liefdesrelatie ging, maar dat het vooral om seksueel-vriendschappelijke relaties ging. Zo verklaart verzoeker dat hij N. gedurende een jaar om de twee maanden zag, dat zij dan seks hadden en daarnaast praatten over ambities, hun studies, hun vrienden en soms games speelden (notities van het persoonlijk onderhoud, p. 29 en 30). Verzoeker voelde zich veilig bij N. omdat hij ook discreet was en het in het geheim deed (notities van het persoonlijk onderhoud, p. 29 en 34). Met de andere mannen had verzoeker telkens slechts eenmalig seksueel contact (notities van het persoonlijk onderhoud, p. 31 en 32). Verzoeker benadrukt dat hij wel bang was om naar die mannen te gaan, “Maar soms doe je het gewoon en hoop je dat niemand het ontdekt” (notities van het persoonlijk onderhoud, p. 33). In zijn verzoekschrift stelt verzoeker daaromtrent terecht als volgt:

“Uit verzoekers verklaringen blijkt net dat hij steeds zeer discreet en voorzichtig te werk ging in zijn zeer beperkte “datingsleven” in Nigeria. Hij zag hen nooit in het openbaar, hij nam zijn dates nooit mee naar zijn huis, hij verwijderde steeds alle gesprekken op zijn telefoon, enz. Ook heeft hij deze dates slechts 1 keer ontmoet omdat hij zich niet veilig voelde (NPO, p. 32-33, 40).
Verzoeker voegt toe dat hij als homoseksuele man in Nigeria ook zijn seksuele noden had en dat hij daarom (over al die jaren heen) 3 keer een onenightstand heeft gehad waarbij hij steeds alle nodige voorzorgsmaatregelen heeft genomen om het zo discreet mogelijk te laten gebeuren. Ook heeft verzoeker aangegeven dat er in Nigeria slechts 5 personen op de hoogte waren van zijn seksuele geaardheid: D., N., M., G. en onbekend (NPO, p. 36).
Verwerende partij gaat dus zeer kort door de bocht door te stellen dat deze 3 contacten onvoorzichtig waren. Zo insinueert zij eigenlijk dat geen enkele homoseksuele man in Nigeria seksuele handelingen zou mogen stellen. Dit is een onredelijke en naïeve redenering. Daarbij ontbreekt elke degelijke argumentatie om het te onderbouwen.”

Er kan inderdaad worden aangenomen dat homoseksuelen ook in Nigeria hun seksuele behoeften willen/trachten te bevredigen en dat zij hierbij weliswaar voorzichtig tewerk moeten gaan gezien de homofobe context van de Nigeriaanse samenleving, doch dit betekent geenszins dat het voor homoseksuele mannen niet mogelijk zou zijn om er in Nigeria een seksleven op na te houden. Uit verzoekers verklaringen blijkt afdoende dat zijn homoseksuele contacten beperkt waren en dat hij hierbij telkens voorzichtig tewerk ging. De Raad wijst erop dat verzoeker in 1991 op elf- à twaalfjarige leeftijd zijn homoseksuele gevoelens ontdekte (geboortejaar 1980) en dat hij in 2015 naar België kwam; gedurende deze periode van 24 jaar heeft verzoeker slechts vijf homoseksuele contacten gehad, waarvan hij er maar één gedurende een jaar meermaals zag. Hierbij dient benadrukt te worden dat hiervoor reeds werd vastgesteld dat verzoeker in Nigeria steeds trachtte zijn homoseksualiteit verborgen te houden en dat hij hoopte dat zijn homoseksuele gevoelens na verloop van tijd voorbij zouden gaan.

Uit het geheel van wat voorafgaat, blijkt dat verzoeker doorleefde, coherente, gedetailleerde en aannemelijk verklaringen heeft afgelegd over de ontdekking en beleving – weze het een eerder beperkte beleving – van zijn homoseksuele geaardheid in het licht van de homofobe context van de Nigeriaanse samenleving. Tevens blijkt dat verzoeker op het moment dat hij Nigeria in 2015 verliet om in België te komen studeren, nog steeds twijfels had over (de aanvaarding van) zijn homoseksualiteit, zodat tevens rekening dient te worden gehouden met verzoekers levensomstandigheden na zijn aankomst in België (zie infra).

Vervolgens stelt de Raad vast dat de ontdekking en beleving van verzoekers homoseksuele geaardheid zich ook in België heeft verdergezet. Verzoeker kwam in het kader van zijn studies in 2015 naar België en had op dat moment voor zichzelf nog niet toegegeven dat hij homoseksueel is. Immers, verzoeker verklaarde dat hij zich pas realiseerde dat zijn homoseksuele gevoelens niet voorbij zouden gaan na zijn relatie met de Belgische vrouw Na. (zie supra). Dat verzoeker dus pas op 29 juli 2020, nadat Na. op 14 februari 2020 aan de hand van verzoekers telefoon erachter was gekomen dat verzoeker homoseksueel is, om internationale bescherming verzocht, is in het licht van deze context dan ook aanvaardbaar en vormt geenszins een negatieve indicatie voor de geloofwaardigheid van zijn verklaringen inzake zijn homoseksualiteit.
Tijdens zijn vrij relaas tijdens zijn persoonlijk onderhoud op het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen verklaarde verzoeker op een doorleefde, gedetailleerde en aannemelijke wijze als volgt over zijn wedervaren met zijn homoseksualiteit in België:

“Ik begon met te merken dat ik gay was toen ik in Nigeria was. Toen ik kwam om te studeren was de bedoeling dat ik ging studeren en terug te gaan. Ik had daar ambities en een business. Toen alles te veel werd. Mijn gay kant kwam zo erg naar buiten. Ik vroeg me toen af hoe ik ooit in Nigeria zou kunnen leven. Ik vond het moeilijk. Ik probeerde te kijken om terug te gaan en ‘normaal’ te zijn, hetero te zijn. Ik dacht dat ik relaties met meisjes kon proberen, en misschien denken dat dat zou helpen. Als ik met die gevoelens terug naar Nigeria ging zou het niet gaan. Ik ben dat jaar terug naar meisjes gegaan. Ik heb een paar meisjes gehad. Ik heb geprobeerd er eentje te daten. Daar heb ik een relatie mee geprobeerd. Ze woonde in Hasselt. Ik ontdekte dat ik zelfs geen erectie kon krijgen. Als ik het huis verliet ging ik toch terug naar jongens. Ik wist niet hoe ik hiermee moest omgaan. Ik wilde eerst terug hetero worden voordat ik naar Nigeria ging. Mijn familie vroeg me ook af en toe of ik een vriendin had, of ik ging trouwen. De situatie woog zwaar op mij. Ik heb mijn best gedaan om die relatie te laten werken. Haar naam is Na. Verschillende keren vroeg ze me of ik gay was. Ik zei dan nee, waarom vraag je dat. Ze zei dat ik nooit seks met haar wilde. Ze zei dat het altijd zij was die ermee begon. Ze vroeg of ik van haar hield, of ik haar leuk vind. Ik zei tuurlijk. Maar ik zei dat ik gestresseerd was. Ze had geen bewijs toen. Elke keer als ik met haar naar bed ging, als ze dat wilde dan zou ik gay porno kijken. Dan had ik meteen zin. Ik dacht aan andere dingen als ik met haar naar bed ging. Ze maakte er zich zorgen om. Het ging door tot ze op een dag mijn telefoon vroeg. Ik heb het haar gegeven. Ze ging naar mijn browser. Ze typte een letter dat het begin van een gaysite was. Ik was toen niet bij haar. Toen ik terugkwam vroeg ze me of ik mijn telefoon aan mensen gaf. Ik zei nee. Ze vroeg of mijn vrienden mijn telefoon gebruikte. Ik zei nee. Ze vroeg wie er dat gay porno op mijn telefoon keek. Ik zei dat als ik soms naar de gym ging en dat ik soms motivatie zocht. Ze vond het raar. Ze zei dat ik gay was. Ik probeerde het te ontkennen. Maar ze zei dat we elkaar moesten stoppen te zien. Ik woonde bij haar in Hasselt. Ik verliet haar huis. Mijn oudere broer wilt altijd betrokken zijn met wat ik doe. Toen ik samen was met Na. vroeg hij altijd hoe het ging met haar. Soms belde hij en praatte met Na. Op een dag kreeg hij haar nummer. Ik wilde het niet geven voordat ik het haarzelf vroeg. Ze zei dat ik het mocht geven. Dat heb ik gedaan. Toen ik wegging uit haar huis. Zes dagen later belde hij me. Hij vroeg naar mijn vrouw. Ik heb hem niets verteld. Hij vroeg of hij met haar kon praten. Ik zei ok. Maar ik had niet verwacht dat ze het hem ging vertellen. Hij belde naar haar en belde mij niet meer terug. Mijn moeder wilde met mij praten. Ze zei dat mijn vriendin had gezegd dat we niet meer samen waren. Ze vroeg me waarom. Ik zei dat de relatie gewoon niet werkte. Ze zei dat ik de waarheid niet zei. Ze zei dat ze had gezegd dat ik gay was. Mijn moeder was zo boos. Ik heb haar nog nooit zo gezien. Ze huilde, ze zei vanalles tegen mij. Dat was de voornaamste reden waarom ik niet wilde dat mijn familie iets wist. Ze zei dat ik haar zoon niet was. Ze huilde en hing de telefoon op. Mijn broer heeft niet meer met mij gepraat. Ik probeerde hem de volgende dagen te bellen. Ik belde mijn moeder, zij nam ook niet op. Ik probeerde zelfs met een ander nummer. Op dat moment wist ik dat mijn leven om zeep was. Ik hou veel van mijn familie. Alles waarvoor ik heb gewerkt. Toen dat gebeurde was ik aan het bidden dat ze me terugbelden. Maar dat deden ze nooit. Ze namen ook niet op. Toen dacht ik dat het misschien tijd was om mezelf te accepteren. Ik dacht ok, als dit de manier is dat mijn leven gaat gaan, zal ik mezelf zijn. Ik dacht toen dat ik best asiel kon aanvragen. In mijn land is het een heel slechte situatie voor gays. Op mijn leeftijd verwacht iedereen dat je getrouwd bent met kinderen. Dat zorgt ook voor achterdocht van de mensen. De politie in mijn land arresteren gewoon mensen. Misschien door het geld dat ze ermee verdienen. Al mijn dromen vielen in elkaar. Mijn plan was om te studeren en terug naar Nigeria te gaan. Ik had gevoelens voor mannen. Misschien als ik een paar white girls date dat zou het dat oplossen. In Nigeria had ik een paar jongens maar het was enorm geheim. Ik wilde niet dat de politie in mijn telefoon ging kijken. Ik denk dat ik mijn seksuele oriëntatie moet accepteren. Ik zou willen dat er een andere manier was. Maar dat is er niet. Dan heb ik asiel aangevraagd.” (notities van het persoonlijk onderhoud, p. 16-17).

De Raad wijst erop dat verzoeker ook verder doorheen zijn persoonlijk onderhoud op het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen doorleefde en aannemelijke verklaringen aflegt over de wijze waarop hij uiteindelijk in België zijn homoseksualiteit heeft aanvaard en beleefd (notities van het persoonlijk onderhoud, p. 17-18, 36 en 39-41). Hierbij komt tot uiting dat verzoeker een duidelijk onderscheid maakt in de manier waarop hij zijn homoseksuele gevoelens kon beleven in Nigeria enerzijds en in België anderzijds. Zo wijst hij erop dat hij in Nigeria alles verwijderde van zijn telefoon en geen spoor trachtte achter te laten, terwijl hij zich hier in België vrijer in voelde (notities van het persoonlijk onderhoud, p. 40). Uiteindelijk verklaart verzoeker als volgt naar het einde van zijn persoonlijk onderhoud: “Als ik 5% gay was van tevoren, ben ik nu 100% gay.” (notities van het persoonlijk onderhoud, p. 42).

Uit de door verzoeker bijgebrachte uitgebreide berichten die hij met verschillende homoseksuelen heeft gehad via websites en Whatsapp (zie map 'Documenten' in het administratief dossier; verzoekschrift, stukken 2-5; verzoekers aanvullende nota, stukken 1-6), blijkt voorts dat verzoeker er sedert zijn aankomst in België, en des te meer na het beëindigen van zijn relatie met Na., een actief seksleven op na houdt en (seksuele) contacten onderhoudt met verschillende mannen. Ter terechtzitting verklaart verzoeker dat hij al deze berichten op zijn telefoon heeft staan en deze kan laten zien. Het geheel van deze berichten ondersteunen zijn verklaringen over zijn homoseksualiteit en de ontdekking en beleving ervan in België.

De Raad is van oordeel dat, gelet op het geheel van wat voorafgaat en in zoverre er over de geloofwaardigheid van bepaalde aspecten van verzoekers relaas enige twijfel zou kunnen bestaan, verzoeker voldoet aan de voorwaarden die krachtens artikel 48/6 van de Vreemdelingenwet zijn vereist opdat hem het voordeel van de twijfel kan worden gegund betreffende de geloofwaardigheid van zijn homoseksuele geaardheid.