Samenvatting
Blijkens het administratief dossier diende verzoeker op 4 juli 2023 een aanvraag in van een verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie (bijlage 19ter) in functie van zijn Oostenrijkse dochter. Deze aanvraag werd door de ambtenaar van de gemeente Ternat gekwalificeerd als een aanvraag in de hoedanigheid van “bloedverwant in opgaande lijn” op grond van artikel 40bis van de vreemdelingenwet. Op 6 juli 2023 maakte de medewerker van de Dienst Burgerzaken van de gemeente Ternat de bewijsstukken over aan de Dienst Vreemdelingenzaken die verzoeker had bijgebracht, waaronder medische attesten en een brief van de advocaat waarin uitdrukkelijk het volgende wordt vermeld: “Dit rechtvaardigt dat de Heer J.(…) een aanvraag indient voor een verblijfsvergunning van meer dan drie maanden in België in toepassing van artikel 47/1 van de vreemdelingenwet van 15 december 1980, namelijk in de hoedanigheid van “ander familielid” van een burger van de Unie voor wie deze laatste moet zorgen wegens ernstige gezondheidsproblemen.”
In de bestreden beslissing stelt de gemachtigde van de staatssecretaris dat verzoeker niet voldoet aan de voorwaarden om te genieten van het recht op verblijf van meer dan drie maanden in zijn hoedanigheid van familielid van een burger van de Unie op grond van artikel 40bis van de vreemdelingenwet omdat “niet (blijkt) dat betrokkene voorafgaand aan de huidige aanvraag gezinshereniging en reeds van in het land van herkomst ten laste was van de referentiepersoon”.
Uit de beslissing blijkt dat de gemachtigde van de staatssecretaris rekening hield met volgende voorgelegde stukken:
“(…)
• Documenten (Your new benifit amount + Retiree account statement) betreffende het pensioen dat betrokkene maandelijks ontvangt
• Loonfiches op naam van de referentiepersoon uit tewerkstelling bij het Europees Parlement voor de période van 04/2023 — 06/2023
• Medisch attest afgegeven door Dr. J.(…) D.(…) V.(…) waaruit betrokkene's medische problematiek blijkt
(…)”
Samen met verzoeker stelt de Raad vast dat de aanvraag van verzoeker behandeld werd op basis van een juridische grondslag die niet spoort met de neergelegde stukken. Het gegeven dat de aanvraag op gemeentelijk niveau als een gezinsherenigingsaanvraag als ascendent ‘ten laste’ (artikel 40bis van de vreemdelingenwet) werd gekwalificeerd, en niet als een aanvraag als ‘ander’ familielid dat wegens ernstige gezondheidsredenen een persoonlijke verzorging behoeft (artikel 47/1, 3°, van de vreemdelingenwet), verhindert de gemachtigde van de staatssecretaris niet om de aanvraag te herkwalificeren. De gemachtigde van de staatssecretaris had desnoods aan verzoeker verduidelijking moeten vragen (cf. RvS nr. 27 februari 2013, nr. 222.653). Uit de beslissing kan niet worden opgemaakt dat de gemachtigde van de staatssecretaris rekening heeft gehouden met het geheel van de aangebrachte stukken, zoals de brief van de advocaat, waaruit nochtans uitdrukkelijk blijkt dat de aanvraag werd ingediend als ‘ander’ familielid van een burger van de Unie, zoals bedoeld in artikel 47/1 van de vreemdelingenwet. Bovendien wordt in de bestreden beslissing het medisch attest vermeld, zonder dat hieruit de logische gevolgtrekking wordt gemaakt dat initieel op de aanvraag (bijlage 19ter) op gemeentelijk niveau verkeerdelijk “bloedverwant in opgaande lijn” werd aangekruist, terwijl het eigenlijk een aanvraag in de hoedanigheid van “ander familielid – ziek” betrof.
Zoals verzoeker terecht stelt in zijn middel, werd de bestreden beslissing genomen op basis van artikel 40bis van de vreemdelingenwet terwijl hij niet valt onder het toepassingsgebied van deze wetsbepaling. Het door verzoeker geschonden geachte artikel 47/1, 3°, van de vreemdelingenwet bepaalt het volgende:
“Als andere familieleden van een burger van de Unie worden beschouwd:
(…)
3° de niet in artikel 40bis, § 2, bedoelde familieleden die wegens ernstige gezondheidsredenen een persoonlijke verzorging door de burger van de Unie strikt behoeven.”
Artikel 47/3, §3, van de vreemdelingenwet luidt als volgt:
“§ 3. De andere familieleden bedoeld in artikel 47/1, 3°, moeten bewijzen dat omwille van gezondheidsredenen, zij een persoonlijke verzorging door de burger van de Unie die zij willen vergezellen of bij wie zij zich willen voegen, strikt behoeven.”
Verzoeker wijst erop dat hij helemaal niet financieel afhankelijk is van zijn dochter en dat hij geen documenten heeft neergelegd waaruit zou blijken dat hij in het verleden ten laste was van zijn dochter. Hij heeft daarentegen wel stukken neergelegd waaruit kan worden opgemaakt dat hij met gezondheidsproblemen kampt en de aanwezigheid van zijn dochter vereist is om het isolement en de eenzaamheid te doorbreken. Verzoeker kan worden bijgetreden waar hij stelt dat niet met alle beschikbare gegevens rekening werd gehouden.