Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 30.943 - 1-09-2009

Samenvatting

Het medisch getuigschrift dat dient te worden gevoegd bij een aanvraag op basis van art. 9ter Vreemdelingenwet dient een gezondheidsproblematiek te vermelden, maar de beoordeling van de inhoud van het medische getuigschrift dient overgelaten te worden aan de ambtenaar-geneesheer. Hieruit kan eveneens afgeleid worden dat deze enkel een advies dient te verschaffen aangaande het risico en de mogelijkheden en de mogelijkheden van behandeling in het land van herkomst of het land waar de aanvrager verblijft, maar niet verplicht is om de vreemdeling te onderzoeken. Aldus blijkt dat de inhoud van een medisch getuigschrift behoort tot de beoordelingsbevoegdheid van de ambtenaar-geneesheer en aldus de gegrondheid van de zaak betreft. De Raad wijst erop dat door verder de inhoud van het voorgelegde medische attest te bespreken de gemachtigde van de minister zijn onderzoek niet beperkt tot de ontvankelijkheid van de aanvraag van de verzoekende partij, maar een standpunt inneemt over de gegrondheid van deze aanvraag en hierbij de bepalingen van art. 9ter van de Vreemdelingenwet miskent. De appreciatie van de aangevoerde medische problematiek komt immers, overeenkomstig art. 9ter, §1 tweede lid, van de Vreemdelingenwet, alleen toe aan de ambtenaar-geneesheer. In casu werd de bestreden beslissing echter genomen zonder dat het advies van de ambtenaar-geneesheer werd ingewonnen. Een schending van art. 9ter van de Vreemdelingenwet wordt aannemelijk gemaakt, daar de verzoekende partij terecht aanvoert dat ze medische attesten neergelegd heeft, deze toegelicht heeft in haar aanvraag en dat in de medische getuigschriften gewezen wordt op de gezondheidsproblematiek. De bestreden beslissing wordt vernietigd.