Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 31.532 - 15-09-2009

Samenvatting

De beslissing tot onontvankelijkheid van een verblijfsaanvraag middels de aflevering van een bijlage 15ter, behoort tot de bevoegdheid van het gemeentebestuur in toepassing van artikel 26, §2 KB 8 oktober 1981. Inzake de procesbekwaamheid voor de Raad, gelden de gemeenrechtelijke regels, waaruit volgt dat men handelingsbekwaam moet zijn. Voor minderjarigen betekent dit dat zij bijgestaan moeten worden door een ouder of voogd, en volstaat het dat de bijstand gebeurt door één ouder om een ontvankelijk beroep in te stellen.In casu legden verzoekers een aankomstverklaring af en ontvingen een bijlage 3 zodat zij gedurende drie maanden een wettelijk verblijf kenden. Het feit dat deze bijlage 3 ten onrechte werd afgeleverd, is een materiële vergissing in hoofde van het bestuur die nog niet was rechtgezet ten tijde van de bestreden beslissing. Evenwel kan het bestuur deze vergissing niet inroepen daar de wettelijkheid van een bestuurshandeling beoordeeld wordt op het ogenblik dat ze wordt genomen.Uit artikel 12bis, §3, eerste lid VW, volgt dat een aanvraag pas wordt aanvaard en als ingediend wordt beschouwd op het ogenblik dat alle bewijzen conform §2 werden overgemaakt. Zolang de aanvraag niet als ingediend werd aanvaard, noch ontvankelijk werd verklaard, noch een attest van immatriculatie werd afgeleverd, begint de termijn van 9 maanden conform artikel 12bis, §3, derde lid VW niet te lopen.Evenwel vermeldt de bestreden beslissing niet welke vereiste documenten niet werden voorgelegd, doch beperkt zich tot te stellen dat de documenten zoals vermeld in artikel 12bis §2 VW ontbraken, zodat verzoekers niet kunnen weten op welk punt zij in gebreke bleven en aldus de Raad zijn wettigheidscontrole niet kan uitoefenen. De materiële motiveringsplicht werd geschonden en de bestreden beslissing tot onontvankelijkheid van de aanvraag wordt vernietigd