Samenvatting
Uit de motivering in de bestreden beslissing kunnen de volgende vaststelling worden getrokken:
- Verweerder is ten gronde van mening dat verzoekers beweringen en de ter ondersteuning overgelegde documenten niet aantonen dat hij staatloos is,
- Zij vroeg zich af op welke grondslag de genoemde documenten konden zijn opgesteld, aangezien zij bepaalde identificatiegegevens bevatten die normaliter op een identiteitsdocument voorkomen,
- Zij voegde daaraan toe dat, indien de genoemde documenten op basis van een identiteitsdocument zijn opgesteld, moet worden gevraagd waarom de verzoeker dat identiteitsdocument niet heeft overgelegd,
- Zij wees er ook op dat de documenten geen foto of handtekening bevatten van de persoon die ze had afgegeven.
Geen van de vaststellingen van verweerder gaat echter in op de onmogelijkheid om een identiteitsdocument te verkrijgen, zoals verzoeker stelt.
Verweerder heeft immers niet aangegeven waarom de door verzoeker overgelegde certificaten, waaruit blijkt dat hij noch Kosovaars noch Servisch is, niet op geldige wijze aantonen dat hij niet in staat is een identiteitsdocument te verkrijgen.
De loutere ondervraging van verweerder volstaat in dit verband niet, aangezien de bewijskracht van de overgelegde documenten niet echt wordt betwist.
Bovendien is het feit dat deze documenten niet zijn voorzien van een foto van verzoeker en evenmin van de handtekening van de auteur ervan, in dit verband niet relevant, aangezien de documenten niet zijn overgelegd om zijn identiteit vast te stellen.
Ten slotte is het feit dat verzoekers staatloosheid niet door een daartoe bevoegde autoriteit is erkend, niet voldoende om de gestelde onmogelijkheid tegen te spreken om “het vereiste identiteitsdocument in België te verkrijgen”.