Samenvatting
In dit geval constateert de Raad dat het genomen besluit is gebaseerd op een rapport opgesteld op 30 april 3.1.2. 2024 door de arts van de verweerder, aan de hand van verschillende medische attesten die door verzoeker zijn ingediend ter ondersteuning van zijn aanvraag tot verblijf. Hieruit blijkt in essentie dat betrokkene lijdt aan Dermatomyositis (met symptomen zoals spierpijn, rabdomyolyse, artritis in de rechterhand en tintelingen in de bovenste ledematen), Radiculopathie van de nek (niet behandeld), Verminderde gezichtsscherpte (niet behandeld) en Levercyste (niet behandeld). Uit het rapport blijkt tevens, op basis van diverse geraadpleegde bronnen, dat de benodigde medicatie en opvolging voor de gezondheidstoestand van de verzoeker in het land van herkomst beschikbaar en toegankelijk zijn. De arts komt tot de slotsom: Vanuit medisch oogpunt is er geen contra-indicatie voor terugkeer naar het land van herkomst, aangezien er geen reëel risico bestaat op onmenselijke of vernederende behandeling, noch een reëel gevaar voor diens leven of fysieke integriteit, gezien de passende behandeling daar beschikbaar en toegankelijk is.
De conclusies uit het hierboven genoemde medisch advies zijn verwerkt in de motivering van het bestreden besluit, dat in zijn geheel als bijlage bij dat besluit is gevoegd en gelijktijdig ter kennis is gebracht van verzoeker, zodat het onbetwistbaar is dat de verweerder, gebruikmakend van zijn beoordelingsbevoegdheid, de bevindingen uit het rapport overneemt.
De Raad benadrukt dat de arts van de verweerder niet optreedt als zorgverlener voor verzoeker, maar als expert die een oordeel moet vellen over de beoordeling van het risico bedoeld in het eerste lid, de behandelmogelijkheden, de toegankelijkheid daarvan in het land van herkomst of verblijf, de ziekte, de ernst ervan en de noodzakelijk geachte behandeling zoals vermeld in het medisch attest, overeenkomstig artikel 9ter, §1er , vijfde lid, van de wet van 15 december 1980.
In het kader van het verzoek voert de verzoekende partij aan dat ‘Het onderzoek naar de beschikbaarheid en toegankelijkheid van medische zorg in Ecuador gekenmerkt wordt door duidelijke onregelmatigheden en beoordelingsfouten die door Uw Raad bestraft moeten worden.’ Daarbij bekritiseert men de beoordeling van de toegankelijkheid van de noodzakelijke zorg, gebaseerd op de gezondheidstoestand van de verzoeker in het land van herkomst, zoals vastgesteld door de arts in diens medisch advies. Daarbij wordt benadrukt dat ‘De verzoeker heeft bovendien erop gewezen dat het gezondheidssysteem in Ecuador de afgelopen tien jaar sterk is verslechterd’, dat de publieke ziekenhuizen ernstig tekortschieten qua middelen, terwijl private instellingen zeer duur zijn en vooruitbetaling vereisen.
In dit opzicht merkt de Raad op dat de medisch functionaris onder andere het volgende heeft aangegeven: « De raadsman van de verzoeker stelt dat gezondheidszorg in het land van herkomst onbereikbaar is. Hij verwijst naar passages uit artikelen en rapporten. Ter herinnering: artikel 9ter bepaalt dat ‘de vreemdeling bij de aanvraag alle nuttige en recente informatie dient te verstrekken over zijn ziekte en de mogelijkheden en toegankelijkheid van adequate behandeling in zijn land van herkomst of het land waar hij verblijft’. Het is dus aan de verzoeker om de relevante documenten (of in ieder geval de noodzakelijke pagina’s) bij zijn aanvraag te voegen, zodat de Dienst Vreemdelingenzaken deze op elk moment tijdens de behandeling van de aanvraag kan inzien, aangezien de betrouwbaarheid van internetlinks nooit gegarandeerd is (websites kunnen verdwijnen, van naam veranderen, documenten kunnen worden verwijderd of links aangepast…). We stellen vast dat de betrokkene geen enkel rapport heeft overgelegd. Het is echter aan de aanvrager om zijn argumentatie te onderbouwen (Raad van State arrest nr. 97.866 van 13/07/2001). Bovendien blijkt bij lezing van deze rapporten dat ze vooral algemene problemen aankaarten zoals: infrastructuur, gebrek aan kwaliteit van zorg, een schrijnend tekort aan middelen... Opvallend is dat deze opmerkingen algemeen van aard zijn en niet specifiek op de verzoeker van toepassing zijn (CCE nr. 23.040 van 16.02.2009). In dit geval toont de verzoeker niet aan dat zijn persoonlijke situatie vergelijkbaar is met de algemene situatie en onderbouwt hij zijn bewering niet, waardoor dit argument niet kan worden weerhouden (CCE nr. 23.771 van 26.02.2009). Daarnaast wijzen we erop dat gezondheidszorg een recht is dat door de Ecuadoraanse staat wordt gegarandeerd. In de Republiek Ecuador zijn er twee soorten gezondheidszorgstructuren: 1° de publieke sector, 2° de private sector. De openbare medische dienstverlening is voor iedereen gratis in Ecuador, ook voor reizigers, hoewel de kwaliteit van zorg kan variëren. Particuliere medische zorg is relatief voordelig, en Engelssprekende artsen die in het buitenland hebben gestudeerd, werken vaak in grote steden als Quito, Guayaquil en Cuenca. De Ecuadoraanse overheid heeft de afgelopen tien jaar flink geïnvesteerd in de publieke gezondheidszorg, waardoor de kwaliteit van de beste ziekenhuizen en artsen is verbeterd. Voor particuliere zorg geldt dat de kosten direct betaald moeten worden indien uw zorgverzekering geen overeenkomst heeft met de kliniek of het ziekenhuis. Om verzekerd te zijn van dekking, dient u te controleren welke zorginstellingen door uw verzekering worden vergoed. Daarnaast heeft de Ecuadoraanse regering het versterken van de medische zorg in ziekenhuizen en gezondheidscentra tot prioriteit gemaakt, mede dankzij de inzet van buitenlandse artsen. Hiervoor is het initiatief ‘Gezond Ecuador, ik ga ervoor’ gelanceerd, een programma dat buitenlandse artsen of Ecuadorianen in het buitenland uitnodigt hun kennis over te dragen aan Ecuador. Het programma biedt artsen en onderzoekers de mogelijkheid om tijdelijk of permanent in Ecuador te werken, met een maandsalaris en financiële ondersteuning, en zo bij te dragen aan de medische behoeften van het land. Ecuador is een modern land met goede hygiënische omstandigheden. De grote steden beschikken over degelijke medische infrastructuren. Onderzoeken, behandelingen en spoedgevallen: alles is aanwezig, maar de kwaliteit varieert en de kosten kunnen hoog oplopen. Apotheken zijn over het algemeen goed uitgerust. Omdat de openbare medische zorg gratis is voor iedereen in Ecuador, zal verzoeker geen problemen ondervinden met de financiële toegankelijkheid of het verkrijgen van medicijnen. Ook bij een 9ter-aanvraag hoeft niet aangetoond te worden dat verzoeker gratis in aanmerking komt voor de vereiste behandeling, maar wel dat de behandeling voor hem toegankelijk is (wat eventuele gratis toegang niet uitsluit). Ons bestuur hoeft de kwaliteit van de zorg in het land van herkomst niet te beoordelen of te vergelijken met die in België, maar moet wel vaststellen of de noodzakelijke behandeling voor de betreffende aandoening beschikbaar en toegankelijk is in het land van herkomst. (CCE nr. 123 989 van 15.05.2014). […] Uit niets blijkt dat verzoeker geen familie of andere banden meer heeft in zijn land van herkomst. Hij toont niet aan dat hij niet redelijkerwijs hulp of onderdak zou kunnen krijgen van familie, vrienden of derden in het land van herkomst. Ter herinnering: het is aan de verzoeker om zijn argumentatie te onderbouwen (R.v.St., 13 juli 2001 nr. 97.866). Er zijn ook geen medische stukken in het dossier die een arbeidsongeschiktheid aantonen. Er is dus geen bewijs dat verzoeker in het land van herkomst geen werk zou kunnen vinden waarmee hij medische kosten kan financieren als dat nodig is. Op basis van deze informatie kan verzoeker aanspraak maken op medische behandeling in Ecuador. Dat de situatie daar mogelijk minder gunstig is dan in België, is niet doorslaggevend volgens artikel 3 van het Verdrag (EHRM, zaak Bensaid t. Verenigd Koninkrijk van 6 februari 2001, §38). Op basis van de beoordeling van alle bovenstaande elementen concludeer ik dat de medische zorg toegankelijk is in het land van herkomst of terugkeer ».
De Raad is echter van mening dat deze motivatie onvoldoende en niet passend is om tegemoet te komen aan het betoog van de verzoeker over de financiële moeilijkheden bij het verkrijgen van de benodigde zorg in Ecuador, zoals aangevoerd in zijn verblijfsaanvraag, vermeld onder punt 1.3 van deze uitspraak, én in de aanvullingen op die aanvraag. De verzoeker wees onder andere op het volgende:
- « De schaarse beschikbare behandelingen of behandelopties tegen dermatomyositis vereisen uiterst dure medische zorg, die mensen met een bescheiden achtergrond, zoals de verzoeker, financieel niet zouden kunnen dragen » en dat
- « In Quito en Guayaquil zijn er goede privéziekenhuizen, uitgerust met moderne apparatuur en zeer deskundige artsen. Deze zijn doorgaans erg prijzig en betaling moet vooraf gebeuren. Het gezondheidssysteem in Ecuador is de afgelopen tien jaar verslechterd door fragmentatie van de instanties en omdat verbetering van de gezondheidszorg geen prioriteit is geweest. […] », aldus de website van de Belgische Diplomatie.
Enerzijds, wat betreft de dekking van gezondheidszorg door de publieke sector, stelt de Raad vast, in navolging van de verzoekende partij, dat uit het medisch advies en de genoemde MedCOI-onderzoeken blijkt dat het merendeel van de benodigde controles en behandelingen voor de gezondheidstoestand van de verzoeker enkel beschikbaar is in privé-instellingen (zoals het Metropolitano Ziekenhuis en het Hospital de los Valles). Slechts een deel van de noodzakelijke zorg is te vinden in publieke instellingen, waaronder neurologische opvolging, geestelijke gezondheidsbehandelingen en begeleiding door psychiaters en psychologen. Uit de informatie van de medisch functionaris blijkt dan ook niet duidelijk dat de verzoeker voor al zijn aandoeningen, en in het bijzonder voor zijn dermatomyositis, in de publieke gezondheidszorg in het land van herkomst terecht kan.
Bovendien, als het gaat om de situatie van de gezondheidszorg in de publieke sector, beperkt de medisch functionaris zich tot de volgende verklaring:
« De Ecuadoriaanse overheid heeft het versterken van de capaciteit van medische diensten in ziekenhuizen en gezondheidscentra tot prioriteit gemaakt, onder meer dankzij de inzet van buitenlandse artsen. Hiervoor is Ecuador gestart met het programma ‘Ecuador gezond, ik ga ervoor’, een initiatief dat buitenlandse artsen en Ecuadoriaanse artsen die in het buitenland wonen uitnodigt om hun kennis over te dragen aan Ecuador. Het programma biedt artsen en onderzoekers de kans om tijdelijk of zelfs permanent in Ecuador te werken, met een maandsalaris en financiële ondersteuning, zodat ze kunnen bijdragen aan de medische behoeften van het land ».
Dit document, opgenomen in het administratief dossier, is echter niet voldoende om aan te tonen dat het gezondheidssysteem in Ecuador efficiënt genoeg is. De Raad sluit zich aan bij de stelling van de verzoekende partij dat de invoering van het programma Ecuador gezond, ik ga ervoor, juist niet bewijst dat er voldoende beschikbaarheid en toegankelijkheid van zorg is in deze staat, maar eerder bevestigt dat het versterken van de medische dienstcapaciteit in ziekenhuizen en centra een prioriteit is — wat betekent dat de huidige capaciteit tekortschiet. Het valt op dat de motivering van het medisch advies op dit punt geen weerlegging biedt van het argument van de verzoeker dat het gezondheidssysteem in Ecuador de afgelopen tien jaar is verslechterd.
Tot slot, de mededeling van de arts in overheidsdienst, die stelt: « Ecuador is een modern land met goede hygiënische omstandigheden. De grote steden beschikken over uitstekende medische infrastructuur. Onderzoeken, behandelingen en spoeddiensten zijn aanwezig, al verschilt de kwaliteit en kunnen de kosten hoog oplopen. Over het algemeen zijn apotheken goed voorzien. Omdat de publieke gezondheidszorg in Ecuador voor iedereen gratis is, zal de aanvrager geen problemen ondervinden met de financiële toegankelijkheid of het verkrijgen van medicijnen », wordt niet ondersteund door enig document.
Het is van belang te benadrukken dat de arts in overheidsdienst een onderzoekende taak heeft bij de aanvraag, met name wat betreft de beschikbaarheid van een behandeling in het land van herkomst. De bewijslast voor de toegankelijkheid van de juiste behandeling in het land van herkomst rust daarom niet uitsluitend bij de aanvrager (zie ook RvS, 27 maart 2018, beschikking nr. 12.768 in de procedure voor toelating van cassatieberoepen).