Samenvatting
De RvV vernietigt een beslissing van DVZ tot weigering van een gezinshereniging (artikel 40ter), waarin gesteld werd dat er geen voldoende bestaansmiddelen aangetoond werden.
DVZ had de beslissing onzorgvuldig beoordeeld, door uit te gaan van een hypothese, die niet gestaafd werd door gegevens in het dossier.
DVZ had "op geheel hypothetische wijze “aangenomen” dat de referentiepersoon, gelet op de 66% invaliditeit, extra medische kosten heeft. Deze aanname wordt door geen enkel concreet element ondersteund. De Raad wijst erop dat de materiële motiveringsplicht inhoudt dat de genomen beslissing wordt gedragen door rechtens aanvaardbare motieven die kunnen blijken, hetzij uit de beslissing zelf, hetzij uit de stukken van het dossier. Dit betekent onder meer dat die motieven steunen op werkelijk bestaande en concrete feiten die relevant zijn en met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld".