Samenvatting
De Raad herinnert eraan dat, bij gebrek aan een geldig paspoort, het is toegelaten om aan de hand van andere documenten te bewijzen dat verzoeker recht heeft op vrij verkeer en verblijf. Dat bewijs moet in ieder geval de identiteit en de nationaliteit van verzoeker vaststellen.
Verzoeker legde haar vervallen paspoort en erkende huwelijksakte voor als bewijs voor haar identiteit in de zin van artikel 41, §2 Vreemdelingenwet. De Raad oordeelt dat het kennelijk onredelijk is van verweerder om de aanvraag van verzoeker tot gezinshereniging te weigeren louter op basis van het ontbreken van een geldig paspoort en te stellen dat identiteit van verzoeker bijgevolg niet vaststaat.