Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 329.637 - 10-07-2025

Samenvatting

Verzoekster beweerde in het kader van de gecombineerde vergunningsaanvraag onder meer relevante werkervaring opgedaan te hebben in Afghanistan, terwijl in dezelfde periode verschillende visa kort verblijf werden aangevraagd vanuit Iran met als profiel “huisvrouw”. Daarnaast beweerden werkgever en verzoekster in het kader van de gecombineerde vergunningsaanvraag elkaar te kennen vanuit hetzelfde dorp, terwijl uit eerdere tenlastenemingen voor aanvragen van visa kort verblijf blijkt dat zij moeder en zoon zijn.

De RvV benadrukt dat er op zich geen verbod is op de tewerkstelling van familieleden op basis van een gecombineerde vergunning, maar stelt vast dat de beslissing van DVZ inzake de vastgestelde tegenstrijdigheden en misleide verklaringen inzake de verblijfsplaats en familieband niet onredelijk of onzorgvuldig genomen werd.