Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 330.564 - 31-07-2025

Samenvatting

In zijn advies van 18 februari 2025 verwijst de arts-adviseur naar het Standaard Medisch Getuigschrift (hierna: SMG) van 30 mei 2024 opgesteld door dokter D.J. en naar twee brieven, opgesteld door diezelfde arts op dezelfde dag. Uit een grondige lectuur van het SMG van 30 mei 2024 blijkt dat de behandelende neuroloog bevestigt dat mevrouw M.D.V.A.A. nog steeds lijdt aan ernstige chronische migraine, post chirurgische cervicale spondyloarthropathie, cervicogene hoofdpijn, een chronische gegeneraliseerde angststoornis en slaapproblemen in de context van deze aandoeningen. Verder blijkt dat mevrouw M.D.V.A.A. hiervoor nog steeds medicamenteus behandeld wordt en dat zij nood heeft aan periodieke opvolging door een gespecialiseerde arts. Indien de noodzakelijke behandeling niet wordt verdergezet en indien er geen strikt medisch toezicht wordt uitgeoefend, zouden deze aandoeningen volgens dokter D.J. dodelijk kunnen zijn. 

Verzoekers kunnen worden gevolgd waar zij in hun middel betogen dat noch uit de bestreden beslissing, noch uit het bijhorend medisch advies blijkt dat de situatie van mevrouw M. D. V. A. A. op een voldoende ingrijpende en niet-voorbijgaande manier veranderd is. In de stukken die zij als bijlagen bij hun verzoekschrift voegen, uiten zij bepaalde twijfels over de beschikbaarheid van het medicijn Erenumab (Verzoekschrift, bijlagen 3 en 4).

Op basis van de beschikbare gegevens stelt de Raad vast dat mevrouw M. D. V. A. A. op vandaag nog steeds lijdt aan de aandoeningen, waarvoor kennelijk een medicamenteuze behandeling en medische opvolging levensnoodzakelijk is, en op basis waarvan in 2022 een machtiging tot verblijf werd verleend. Bij de afgifte van deze verblijfsmachtiging in 2022 stelde de arts-adviseur vast dat “monoclonale antibodies (derde lijns therapie) en de courante tweede lijns middelen tegen migraine eventueel als alternatief” niet beschikbaar waren in het land van herkomst. Uit MedCOI-informatie van het EUAA van 27 juni 2022 bleek inderdaad dat het medicijn Erenumab niet beschikbaar was in El Salvador. Hieraan werd volgende bijkomende vermelding toegevoegd: “The following medications are not available with no time of resupply: summatriptan zolmitriptan, erenumab, fremanezumab, galcanezumab”.

Blijkens het administratief dossier werd op 6 juni 2023, naar aanleiding van de aanvraag tot verlenging van de verblijfsmachtiging, een medisch advies opgesteld waarbij werd vastgesteld dat de betrokkene op integriteit van betrokkene gezien er op dit ogenblik geen adequate  ehandeling bestaat in het herkomstland of land van verblijf. Bijgevolg werd de verblijfsmachtiging verlengd.

In het medisch advies van 18 februari 2025, dat voorafging aan de thans bestreden beslissing, besluit de arts-adviseur dat “de omstandigheden op grond waarvan de machtiging werd verleend niet langer bestaan of voldoende ingrijpend en met een niet-voorbijgaand karakter zijn gewijzigd”. De arts-adviseur stelde vast dat in het eerdere advies van 6 juni 2023 de beschikbaarheid van de behandeling niet (kon) gegarandeerd worden en besloot een nieuw beschikbaarheidsonderzoek uit te voeren “aangezien het beschikbaarheidsonderzoek hierover al geruime tijd geleden is”. Omdat blijkens MedCOI-informatie van het EUAA van 23 januari 2025 het medicijn Erenumab wél beschikbaar zou zijn in El Salvador, werd besloten om de verlenging van de verblijfsmachtiging te weigeren.

Samen met verzoekers is de Raad van oordeel dat uit de bestreden beslissing en/of uit het medisch advies niet duidelijk blijkt op welke manier de ziekte van mevrouw M. D. V. A. A. of de omstandigheden voldoende ingrijpend en met een niet-voorbijgaand karakter gewijzigd zouden zijn ten opzichte van de situatie in 2022, wanneer de arts-adviseur oordeelde dat een machtiging tot verblijf moest worden toegekend, of ten opzichte van de situatie in 2023, waarbij de machtiging tot verblijf werd verlengd. Ervan uitgaande dat de veranderde omstandigheden erin bestaan dat het medicijn Erenumab op heden wél beschikbaar is in El Salvador, blijkt immers nergens uit de motieven dat “de verandering van deze omstandigheden een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter hebben” zoals bepaald in artikel 9 van het KB van 17 mei 2007. Verzoekers hebben immers geen enkele garantie dat deze (levens-) noodzakelijke medicatie in de toekomst beschikbaar en toegankelijk zal blijven in El Salvador. Gelet op de onbeschikbaarheid van de noodzakelijke behandeling in 2022 en 2023, is het cruciaal dat uit de beslissing blijkt dat de vastgestelde verandering van de omstandigheden een “niet-voorbijgaand karakter” heeft.