Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 33.745 - 4-11-2009

Samenvatting

Verzoekers dienen een aanvraag tot machtiging van verblijf op grond van artikel 9 ter Vw in, waarbij zij vermelden in de onmogelijkheid te verkeren om een paspoort of identiteitsdocument voor te leggen. In de bestreden akte wordt geoordeeld dat de vroegere asielprocedure reeds beëindigd was voordat de machtiging tot verblijf werd ingediend, en aldus verzoekers niet vrijgesteld zijn van de verplichting een identiteitsdocument voor te leggen. Evenwel baseerden verzoekers zich niet op de asielprocedure, doch legden zij briefwisseling voor aan verschillende Ambassades teneinde aan te tonen dat zij niet in de mogelijkheid zijn om de nodige documenten te bekomen, wegens uitblijven van antwoorden van deze Ambassades. Door dit element niet in overweging te nemen, werd een beoordelingsfout gemaakt, en wordt de beslissing vernietigd.