Samenvatting
Bij de visumaanvraag als student wordt een inschrijvingsbewijs gevoegd voor de opleiding ‘Master in de handelswetenschappen’, waarbij uitdrukkelijk wordt vermeld dat een adequate kennis van het Nederlands moet bewezen worden door middel van een taalvoorbereidend jaar. Daar er geen bewijs voorligt van inschrijving voor dit voorbereidend jaar, kon ervan uitgegaan worden dat onmiddellijk met de master-opleiding zou aangevangen worden, terwijl er evenwel geen bewijs van voldoende kennis van het Nederlands voorligt. Er kan geen rekening meer gehouden worden met brieven die dateren van na de beslissing, waaruit zou blijken dat de student alsnog is ingeschreven voor het voorbereidend taaljaar en pas het academiejaar daarop zou aanvangen met de master-opleiding. DVZ kon enkel rekening houden met het eerste inschrijvingsbewijs en de nieuwe stukken kunnen gebeurlijk aangewend worden in een nieuwe visum aanvraag.