Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 34.329 - 18-11-2009

Samenvatting

De aanvraag van verzoeker ging vergezeld van een ‘carte d’electeur’, door verzoeker aangeduid als identiteitsdocument daar dit tevens een foto en vingerafdrukken bevat. Ten tijde van de aanvraag werd evenwel niet toegelicht om welke reden het niet mogelijk is om de identiteitsdocumenten zoals vermeld in de omzendbrief van 21.06.2007 voor te leggen en verzoeker kan er niet van uitgaan dat verweerder spontaan rekening houdt met elementen die zogenaamd publiek gekend zijn, zoals het tekort aan paspoorten en het niet bestaan van een identiteitskaart in Congo. Verweerder kon terecht besluiten dat de voorgelegde kiezerskaart niet vergelijkbaar is met een internationaal paspoort, gelijkwaardige reistitel of nationale identiteitskaart. Deze beslissing houdt tevens geen schending in van artikel 8 EVRM, daar de onontvankelijkheidsbeslissing op zich geen bevel om het grondgebied te verlaten inhoudt, waardoor verzoeker verplicht zou zijn België te verlaten en aldus gescheiden te worden van de vader. Het beroep wordt verworpen.