Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 36.527 - 22-12-2009

Samenvatting

De genomen beslissing steunt op de ongeloofwaardigheid van het relaas wegens onjuistheden en incoherenties in de verklaringen, alsook de laattijdigheid van de asielaanvraag, zodat de vermeende vrees onwaarschijnlijk is. Evenwel zijn de ingeroepen argumenten in de motivatie niet ter zake doend, en verdraaien zelfs de verklaringen van verzoeker. In het bijzonder zijn de motieven die oordelen dat verzoeker geen homosexueel is omdat hij niet kon antwoorden op de vraag hoe men een homosexueel op straat kan herkennen, ontoelaatbaar en onbegrijpelijk in de meegedeelde omstandigheden. Teneinde het toekennen van de vluchtelingenstatus te beoordelen, dient nagegaan te worden of er sprake is van een vrees voor vervolging, waarbij het onderzoek naar de geloofwaardigheid een noodzakelijke stap is, doch de echte vraag naar de aanwezigheid van de vrees niet mag verbergen. De aanwezigheid van twijfel naar de werkelijkheid van bepaalde feiten, stelt niet vrij van de vraag in fine of er een vrees voor vervolging kan vastgesteld worden op grond van andere elementen die voor zeker worden aangenomen. Er bestaan voldoende aanwijzingen om de vermeende vrees te aanvaarden, nu de verklaringen wel als geloofwaardig en coherent moeten beschouwd worden.