Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 43.462 - 18-05-2010

Samenvatting

Verzoekers stellen dat uit een "geheel van documenten uitgaande van verschillende organisaties" blijkt dat asielzoekers systematisch het voorwerp uitmaken van een onmenselijke en vernederende behandeling en er een risico op 'refoulement' bestaat. Door kritiek te geven op het Griekse opvangsysteem tonen verzoekers evenwel niet aan dat verweerder verkeerdelijk heeft gesteld dat zij niet aannemelijk hebben gemaakt dat Griekenland hen zal repatriëren naar hun land van herkomst en zij aldus zouden kunnen blootgesteld worden aan een behandeling die strijdig is met artikel 3 van het EVRM. Door verder te betogen dat een aantal niet-gouvernementele organisaties een klacht hebben ingediend bij de Europese Commissie, waarbij niet vaststaat dat deze klacht gegrond is, tonen zij ook geen risico op indirect refoulement aan. Tevens moet worden gesteld dat uit het door verweerder aan de Raad overgemaakte administratief dossier blijkt dat verzoekers geen enkele van de verslagen waaruit zij citeren bij het bestuur hebben neergelegd en ook geen enkel stuk aan verweerder hebben ter kennis gebracht waaruit blijkt dat zij persoonlijk in Griekenland of bij een gebeurlijke indirecte verwijdering naar hun land van herkomst aldaar onderworpen zuilen worden aan behandelingen die strijdig kunnen worden geacht met de door hen ingeroepen verdragsbepaling. Er kan daarenboven niet ingezien worden waarom verweerder met de geciteerde verslagen over het gebrek aan opvang in Griekenland rekening zou moeten .gehouden hebben. Verzoekers stelden immers in Griekenland in een huis verbleven te hebben en gaven op geen.enkel ogenblik te kennen behoeftig te zijn en een beroep te zullen moeten doen op een opvangsysteem dat volgens hen niet volstaat. Zij gaven ook niet te kennen op enig ogenblik op een wijze behandeld te zijn geweest die als strijdig met artikel 3 van het EVRM kan beschouwd worden. Verzoekers stelden het bestuur evenmin in kennis van het feit dat verzoekster zwanger is, zodat verweerder dit geg