Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 44.115 - 28-05-2010

Samenvatting

Zoals verzoeker aangeeft in het middel, blijkt uit zijn verklaringen en uit de uitnodigingsbrief die verzoeker voorlegt wel degelijk zijn reisdoel. De gemachtigde van de staatssecretaris voor Migratie- en asielbeleid kon bijgevolg niet in alle redelijkheid oordelen dat verzoeker niet in het bezit was van documentatie waaruit het reisdoel blijkt, dit strookt immers niet met de gegevens van het dossier. Wat de omstandigheden van het verblijf betreft, stelt de Raad vast dat het strookt met de gegevens van het dossier dat verzoeker niet in het bezit was van een hotelreservatie maar dat blijkt dat het verhoor van verzoeker zeer moeizaam is verlopen omdat er enkel de “zéér gebrekkige vertaling van een landgenoot” was. Er kan bijgevolg worden aangenomen dat, mocht verzoeker mondeling meer gegevens hebben willen verstrekken over waar hij zou overnachten en hoe hij naar de plaats van het gebeuren wilde reizen, hij dit mogelijks niet verstaanbaar heeft kunnen maken. Alleszins wordt vastgesteld dat op de uitnodigingsbrief een telefoonnummer vermeld stond en een contactadres, waardoor het niet onmogelijk is dat verzoeker van plan was om op deze wijze contact op te nemen met de organisator van de conferentie. Er kon prima facie dus ook niet in alle redelijkheid worden vastgesteld dat verzoeker niet in het bezit is van passende documentatie waaruit de omstandigheden van het verblijf blijken. De schending van de materiële motiveringsplicht is aangetoond.