Samenvatting
Uit de memorie van toelichting bij het wetsontwerp van de Vreemdelingenwet blijkt dat in de mate dat er in Titel II van de Vreemdelingenwet geen afbreuk wordt aangedaan, de bepalingen van Titel I van toepassing blijven op de drie categorieën van vreemdelingen die bedoeld worden in de hoofdstukken 1, 2 en 3 van Titel 11. Dit verklaart de benaming van Titel II "Aanvullende en afwijkende bepalingen betreffende bepaalde categorieën van vreemdelingen”. De Raad merkt op dat indien er niks aanvullend of afwijkend bepaald is in artikel 40 en volgende van de Vreemdelingenwet, men terugvalt op de bepalingen van Titel I van de vreemdelingenwet. Verzoeker diende op 7 april 2008 een visumaanvraag in bij de Belgische ambassade te Islamabad. Op 5 september 2008 werd een beslissing tot uitstel genomen. Op 18 september 2009 werd de bestreden beslissing genomen. Artikel 12bis, § 2, vierde lid van de Vreemdelingenwet luidt als volgt: "In bijzondere omstandigheden die verband houden met het complexe karakter van de behandeling van de aanvraag, kan de minister of zijn gemachtigde deze termijn tweemaal, met een periode van drie maanden verlengen. Dit wordt gedaan door middel van een gemotiveerde beslissing die ter kennis wordt gebracht van de aanvrager." Verweerder betwist niet in zijn nota dat de termijn niet verlengd werd overeenkomstig de wet. De Raad merkt op dat de termijn van negen maanden verstreken is. Zelfs al zouden er bijzondere omstandigheden voorhanden zijn die verband houden met het complexe karakter van de behandeling van de aanvraag en de termijn tot tweemaal met een periode van drie maanden verlengen, dan nog is de termijn overschreden. Artikel 12bis, §2, derde lid van de Vreemdelingenwet is geschonden.