Samenvatting
Blijkens het administratief dossier werden twee verklaringen op eer van verzoeksters buren neergelegd. De eerste neergelegde, ondertekende noch gedateerde verklaring van mevrouw T. C. poneert kort dat verzoekster en haar partner op 15 december 2008 zijn gaan samenwonen en handelt vervolgens uitsluitend over de goede relatie tussen mevrouw T.C. en verzoekster. De tweede neergelegde niet gedateerde verklaring van de heer G.V. poneert dat hij verzoekster drie en een half jaar kent en haar partner twee jaar, dat ze geregeld samen uitgaan en bevat voornamelijk een steunbetuiging aan het paar. Gelet op de inhoud van deze verklaringen en gelet op het feit dat enkel deze verklaringen worden voorgelegd ten bewijze van de duurzame relatie van minstens een jaar, kan de Raad het niet kennelijk onredelijk achten dat de gemachtigde van de staatssecretaris, bij gebrek aan een reglementaire bepaling omtrent verklaringen op eer van derden in deze, in casu oordeelt dat de neergelegde verklaringen op eer niet aanvaard kunnen worden als een bewijs van een duurzame relatie aangezien ze een gesolliciteerd karakter hebben, want op aanvraag door de buren verstrekt, en aangezien in deze verklaringen geen concrete feiten vermeld worden die op hun waarachtigheid en objectiviteit getoetst kunnen worden, omstandigheid waar verzoekster niet kan voorhouden ervan onwetend te zijn.