Samenvatting
De bestreden beslissing steunt zich op het ‘verslag van samenwoonst of van gezamenlijke vestiging’, waarbij vastgesteld is dat de minderjarige dochter samenwoont met haar toekomstige echtgenoot. Het verslag bevat echter geen informatie over de mogelijke gezinsrelatie tussen verzoekster en haar vader. De Raad stelt vast dat de verwerende partij bij haar motivering het geheel van elementen, aanwezig in het administratief dossier, niet in acht neemt. In die omstandigheden kon de verwerende partij niet ontkennen dat er ernstige aanwijzingen waren dat de bestreden beslissing afbreuk kon doen aan artikel 8 EVRM. Bijgevolg was de verwerende partij verplicht om minstens over te gaan tot een nauwkeurig onderzoek van de individuele situatie en een belangenafweging te maken. De bestreden beslissing vermeldt hierover echter niets in zijn motivering, waardoor de Raad niet in staat is zijn wettigheidcontrole uit te oefenen. Het middel is wat dat punt betreft gegrond.