Samenvatting
Het CGVS weigert om verzoekster te erkennen als vluchteling op basis van artikel 48/3 van Vreemdelingenwet. De Raad daarentegen stelt vast dat verzoekster verschillende elementen bijbrengt die wijzen op een actieve politieke bedrijvigheid in België. Ter terechtzitting legt verzoekster een bewijs van verzoek tot betoging voor, gericht aan de politiecommissariaat te Brussel. De actieve politieke deelname aan manifestaties op het Belgisch grondgebied van verzoekster en haar familie, de toename van sociale en politieke onlusten in Iran en bronnen die de vrees voor vervolging door de Iranese autoriteiten om politieke redenen beklemtonen, vormen voor de Raad voldoende elementen om verzoekster te erkennen als vluchteling.