Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 48.815 - 30-09-2010

Samenvatting

De Raad moet het argument dat in het middel wordt aangehaald onderzoeken om te controleren of het werkelijk en rechtstreeks voorwerp valt binnen zijn bevoegdheid. In dit geval is bij de Raad een beroep tot nietigverklaring ingediend tegen een beslissing tot weigering van een visum gezinshereniging op grond van artikel 40 Vw. en artikel 57 §2, 3° WIPR. De DVZ kent geen gevolgen toe aan een verstoting en weigert bijgevolg de erkenning van het daaropvolgende huwelijk dat aan de basis van de vraag tot gezinshereniging ligt. Aangezien blijkt dat de motivering tot weigering van het visum enkel gebaseerd is op een op de niet-erkenning van een buitenlandse akte (of rechterlijke beslissing), heeft de Raad geen rechtsmacht om zich over deze zaak uit te spreken. Gezien de bevoegdheidsverdeling in de artikel 144-146 Gw. en artikel 27 WIPR, komt deze bevoegdheid uitsluitend toe aan de rechtbank van eerste aanleg.