Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 61.632 - 17-05-2011

Samenvatting

De opheffing van de vluchtelingenstatus is voorzien in artikel 55/3 Vw., 55/5 Vw., 57/6, eerste lid, 4° Vw. en 57/6, eerste lid Vw. Artikel 57/6, eerste lid stelt dat: ‘De Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen is bevoegd: … 7° om de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus in te trekken ten aanzien van de vreemdeling die als vluchteling is erkend of aan wie de subsidiaire beschermingsstatus werd toegekend op grond van feiten die hij verkeerd heeft weergegeven of achtergehouden, of van valse verklaringen, of van valse of vervalste documenten, die doorslaggevend zijn geweest voor de erkenning van de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus, alsmede ten aanzien van de vreemdeling wiens persoonlijk gedrag later erop wijst dat hij geen vervolging vreest.’ Deze bepaling moet strikt geïnterpreteerd worden. Men mag ze slechts toepassen als de fraude betrekking heeft op de constitutieve bestanddelen van de vrees. Bij zijn asielaanvraag in 2004 verklaarde de verzoeker ernstige vervolging te vrezen door zijn familie omwille van zijn homoseksualiteit die hij drie weken na een verplicht huwelijk zou hebben toegegeven. Tijdens een ondervraging door de verwerende partij in het kader van een huwelijk met een Guinese vrouw in 2009 en een aanvraag tot gezinshereniging heeft de verzoeker een totaal verschillende versie van het gedwongen huwelijk gegeven. Er kan geen enkele geloofwaardigheid gehecht worden aan de eerste verklaringen op basis waarvan hij de vluchtelingenstatus kreeg. Er kan dus geen enkel krediet worden gegeven met betrekking tot de gevreesde vervolging en de homoseksualiteit is ongeloofwaardig. De uitleg voor de verandering van seksuele oriëntatie is volledig onsamenhangend. Verzoeker geeft aan dat amoureuze teleurstellingen met mannen en racisme de reden hiervoor zijn. Verzoeker weet niet of hij deze teleurstellingen minder zou hebben met vrouwen. Uit zijn verklaringen blijkt een danige leemte, zelfs als het gaat over eigenschappen inherent aan zijn persoonlijkheid. Hij is verschillende keren uitgenodigd geweest om gedetailleerd toe te lichten hoe hij gekomen is tot de verandering van oriëntatie. Het is niet mogelijk om te geloven in zijn homoseksualiteit. Deze vaststelling wordt nog versterkt door de afwezigheid van inlichtingen over zijn afspraakjes met vriendjes. Hij stelde zich tevreden met hun identiteit bekend te maken, met algemeen de verzamelplaatsen van de homogemeenschap in bepaalde steden te noemen en met het dateren van zijn afspraken met zijn metgezellen. Verder zijn er tegenstrijdigheden in de verschillende verklaringen over een enige lange relatie man. De nieuwe versie van het gedwongen huwelijk in Guinee en het gebrek aan samenhang in de uitleg over de verandering van seksuele oriëntatie laten toe om zeker vast te stellen dat de verzoeker heeft gelogen tegen de Belgische overheid en zijn verhaal heeft aangepast aan de noden van het moment. De verzoeker heeft geprobeerd de Belgisch overheid te misleiden met valse verklaringen over bepalende elementen van de vrees. De vluchtelingenstatus zou nooit zijn toegekend als de verweerder op de hoogte zou zijn geweest hiervan bij het initiële asielonderzoek. De vluchtelingenstatus wordt ingetrokken. Het asielrelaas van de verzoeker is, zoals hierboven besproken, frauduleus. Er bestaan dus geen elementen die kunnen doen vaststellen, op basis van dezelfde gebeurtenissen, dat er zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat de verzoeker bij een terugkeer naar het land van herkomst een reëel risico zou lopen op ernstige schade in de zin van artikel 48/4, § 2, a en b Vw. Hoewel de specifieke context in Guinee de overheid er moet toe aanzetten om een grote voorzichtigheid aan de dag te leggen tijdens het onderzoek van een asielaanvraag van personen die uit dat land afkomstig zijn, volstaat het niet om de algemene veiligheidssituatie van Guinee in te roepen om vast te stellen dat iedereen die uit dat land afkomstig is, een risico loop op foltering of onmenselijke of vernederende behandeling. De verzoeker moet in concreto aantonen dat hij persoonlijk risico loopt op ernstige schade gezien de informatie die beschikbaar is over zijn land. De verzoeker levert geen enkel middel of schuift geen vaststaand element naar voor dat aannemelijk maakt dat hij persoonlijk een reëel risico loopt om onderworpen te worden aan foltering of onmenselijke of vernederende behandeling in geval van een terugkeer. Momenteel is er in Guinee geen sprake van een situatie van ‘willekeurig geweld bij een gewapend conflict’ in de zin van artikel 48/4, § 2, c Vw. Uit geen enkele verklaring of document van de verzoeker blijkt het bestaan van zo’n conflict. Verzoeker kan zich dus niet op deze bepaling beroepen. De subsidiaire bescherming wordt niet toegekend. De status van vluchteling wordt ingetrokken en de subsidiaire bescherming geweigerd.