Samenvatting
De verzoekster verklaart onmogelijk duidelijke indicaties te kunnen verschaffen over Somalië. Zij is in Djibouti geboren en heeft nooit in Somalië gewoond. Deze uitleg is aannemelijk, maar laat niet toe, om aan te tonen dat de verzoeker echt Somalische is zoals ze beweerd te zijn. Deze vaststelling, in tegenstelling tot wat de bestreden beslissing lijkt aan te geven, houdt geen appreciatie in over de goede trouw van de verzoekster. De verwerende partij had de toegang tot effectieve bescherming door de overheid niet ten aanzien van Somalië moeten onderzoeken, vermits niet vaststaat dat de verzoekster de Somalische nationaliteit heeft. Uit de bestreden beslissing blijkt dat de verweerder de toegang tot bescherming voor de verzoekster niet heeft onderzocht met betrekking tot het land waar zij de nationaliteit van heeft, noch met betrekking tot haar land van gewoonlijk verblijf. Deze vraag is bepalend vermits de verzoeker verklaart vervolging te vrezen door private actoren. Gezien de onzekerheid over de nationaliteit van de verzoekster, gaat de Raad eerst over tot het onderzoek van Djibouti, het land van haar gewoonlijke verblijfplaats. Gezien de hoge graad van voorkomen van genitale verminking, geschat op 98% in Djibouti, en gezien de afwezigheid van indicaties over redelijke maatregelen genomen door de overheid om deze praktijken tegen te gaan, kan de verzoeker niet verwachten toegang te krijgen tot effectieve bescherming van de Djiboutische overheid in geval van een terugkeer naar het ene of het andere land. De Raad bemerkt dat als de Somalische nationaliteit van de verzoeker zou vast komen te staan, dit feit zonder gevolg zou zijn voor de behandeling van de asielaanvraag. Het dossier laat niet toe om vast te stellen dat de verzoeker toegang kon hebben tot bescherming door de Somalische overheden. De kans op genitale verminking in Somalië is 98% en de overheden kunnen of willen hiertegen geen bescherming bieden. De verzoekende partij toont aan dat zij haar land van herkomst heeft verlaten en dat zij er wegblijft omdat zij vreest vervolgd te worden in de zin van artikel 1, A, §2 Conventie van Geneve. De status van vluchteling wordt toegekend aan de verzoekende partij.