Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 63.039 - 14-06-2011

Samenvatting

Er dient vastgesteld te worden dat criterium 2.7. van de instructies van 19 Juli 2009 integraal het criterium van de instructies van 26 maart 2009 van minister Turtelboom overgenomen heeft. Daargelaten de vraag welke van beide instructies in casu van toepassing is, dient er opgemerkt te worden dat in tegenstelling tot wat de verwerende partij in de bestreden beslissing en de nota met opmerkingen voorhoudt, noch uit de instructie van 26 maart 2009 noch uit de instructies van 19 juli 2009 blijkt dat de periode van vijf jaar in tegenovergestelde richting dient geteld te worden. Ook In het vademecum over de Instructies van 19 juli 2009 wordt hierover niets gepreciseerd In tegenstelling tot criterium 2.6.A waar uitdrukkelijk In het vademecum gepreciseerd wordt: "5 jaar gerekend vanaf 15 december 2009". Zoals de verzoekende partij zelf aangeeft wordt voor criterium 2.7 van de instructies van 19 juli 2009 slechts de aanvangsdatum van de periode van de 5 jaar bepaaid: de periode van 5 jaar begint te lopen vanaf de datum van indiening van de eerste asielaanvraag. Door in de bestreden beslissing te stellen dat de periode van 5 jaar voor criterium 2.7. in tegengestelde richting berekend dient te worden vanaf 19 juli 2009, voegt de gemachtigde van de staatssecretaris voor Migratie- en asielbeleid een voorwaarde toe aan de door hem bekendgemaakte instructies van 19 juii 2009 en aan de instructie van 26 maart 2009. Bijgevolg voert de verzoekende partij terecht de schending van het rechtszekerheidsbeginsel aan.