Samenvatting
Met betrekking tot de voorwaarde van de stabiele, toereikende en regelmatige bestaansmiddelen bewijst de verzoekende partij aan de hand van loonfiches enkel inkomsten uit interim-werk voor negen dagen in september 2010, 21 dagen in oktober 2010 en 30 dagen in november 2010. De verzoekende partij levert geen enkel contract, andere uitleg of bewijs met betrekking tot de regelmaat van het werk van haar dochter en, verondersteld dat dit bewijs mogelijk is gezien de aard van een interim-contract, met betrekking tot de zekerheid dat haar dochter zou kunnen blijven werken als interim-werknemer. Een interim-contract is per definitie tijdelijk en flexibel vermits een interim-kracht in het bijzonder wordt aangenomen bij extra werk of bij de tijdelijke verhindering of onbeschikbaarheid van een werknemer. Gezien het voorlopig karakter van interim-werk kon de verwerende partij terecht overwegen dat de voorwaarde van regelmatige inkomsten niet voldaan is. De vaststelling dat de dochter reeds lang voor hetzelfde bedrijf werkt, doet hieraan geen afbreuk. Met betrekking tot de intrinsieke aard van interim-werk moet men vaststellen dat het bewijs van een voltijds inkomen slechts voor één maand werd geleverd. Ook hier kan de verzoekende partij de verwerende partij niets verwijten met betrekking tot de motivering van de beslissing. Dat de verzoekende partij over andere bewijzen van betalingen aan haar beschikt, die zij aan de verwerende partij zou hebben overgemaakt indien deze ernaar gevraagd zou hebben, verhinderde de verzoekende partij niet om deze spontaan over te maken. Het is aan de aanvrager om alle bewijzen aan te brengen om aan te tonen dat hij in aanmerking komt voor een verblijfsmachtiging volgens artikel 40bis, § 2, eerste lid, 4° Vw. De verzoekende partij moest zelf spontaan en tijdig aan het bestuur alle relevante elementen voorleggen zodat deze er rekening mee kan houden bij zijn beslissing.