Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 67.284 - 26-09-2011

Samenvatting

De Raad stelt vast dat een correct verhoor in de Russische taal bij het gehoor van het Commisariaat-generaal onmogelijk was. Uit het verslag van het verhoor blijkt dat de verzoekende partij reeds onmiddellijk bij aanvang van dit verhoor duidelijk maakt het Russisch onvoldoende te beheersen. Dit wordt op het einde van het verhoor herhaald en de aanwezige advocaat laat in zijn slotbemerking eveneens het taalprobleem akteren. Ook de Russische tolk laat meermaals noteren dat de verzoekende partij helemaal niet goed te verstaan is en stelt dat het Russisch van de verzoekende partij heel gebrekkig is. Onder deze omstandigheden doorgaan met een verhoor in het Russisch om finaal op basis van vastgestelde tegenstrijdigheden te besluiten tot de niet geloofwaardigheid van het voorgehouden asielrelaas en de verzoeker niet te erkennen als vluchteling en de subsidiaire bescherming niet toe te kennen getuigt van een onzorgvuldig handelen in hoofde van de verwerende partij. Dat de ‘verzoeker een aantal keren heeft gemeld dat hij niet goed Russisch sprak, maar hem telkens de gelegenheid werd geboden om zich te verduidelijken’ wijst erop dat deze gelegenheid niets verandert aan het niveau waarop verzoekende partij de Russische taal beheerst en ook bij de verduidelijkingen de kennis van deze taal gebrekkig blijft. Verwijzend naar artikel 39/2, § 1, tweede lid, 2° Vw. stelt de Raad vast dat er aan de bestreden beslissing een substantiële onregelmatigheid kleeft die door de Raad niet kan worden hersteld. De bestreden beslissing wordt vernietigd. De zaak wordt teruggezonden naar de CGVS.