Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 71.365 - 1-12-2011

Samenvatting

De verzoekende partij voegt aan het proceduredossier een brief van haar vriendin toe en twee psychotherapeutische verslagen van 17 juni 2011 en van 18 november 2011, de dag van de zitting. Los van de vraag of deze stukken nieuwe elementen zijn in de zin van artikel 39/76, § 1, vierde lid Vw, werpt de verzoekende partij deze nuttig op in het kader van de rechten van de verdediging, voor zover zij de kritiek van de verzoekende partij op de bestreden beslissing staven. Zij worden bijgevolg in overweging genomen. Na nauwgezet onderzoek van het administratief dossier kan de motivering van de bestreden beslissing helemaal niet bijgetreden worden. De verzoekster is afkomstig uit een traditioneel milieu en heeft ernstige genitale verminking ondergaan. De verklaringen van de verzoekster worden gestaafd met medische attesten van 21 januari 2011 en met psychotherapeutische attesten van 17 juni 2011 en 18 november 2011. Deze attesteren een excisie type III enerzijds en een depressieve en posttraumatische toestand anderzijds. De excisie is zonder twijfel voldoende ernstig fysisch geweld om beschouwd te worden als vervolging of ernstige schade. Vermits dit soort vervolging, gezien zijn specifieke aard, zich niet opnieuw kan voordoen, moet deze eerder vervolging beschouwd worden als een ernstige aanwijzing van de gegronde vrees om bij een terugkeer naar haar land onderworpen te worden aan nieuwe vormen van vervolging of ernstige schade omwille van haar vrouw-zijn. Gezien de elementen in het dossier, haar leeftijd van 19 jaar, het traditioneel milieu waaruit ze komt, de mogelijkheid van een huwelijk bij een terugkeer naar Guinee en de gevolgen die uit een zwangerschap zouden voortvloeien, bestaat er een belangrijke waarschijnlijkheid dat de verzoekster een nieuwe genitale verminking zal moeten ondergaan. Bij een terugkeer loopt de verzoekster het risico terug te moeten keren naar een familiaal milieu dat haar verwerpt. Het is niet zeker dat de verzoekster gezien haar profiel een aangepaste bescherming zal krijgen van de nationale autoriteiten. Zij kan dus terecht vrezen om blootgesteld te worden aan daden of beperkingen die vervolgingen uitmaken. In situaties als deze had de wetgever duidelijk een samenlezing voor ogen van artikel 48/3, § 2, tweede lid, f) Vw., met betrekking tot daden gericht tegen personen omwille van hun geslacht en artikel 48/3, § 4, d) Vw. met betrekking tot daden gericht tegen personen die behoren tot een bepaalde sociale groep. Gezien haar opgelopen trauma’s, haar psychisch leiden en haar gesteldheid veroorzaakt door deze praktijken vreest de verzoekster met reden voor vervolging als lid van een sociale groep in de zin van artikel 48/3, § 4, d) Vw. Als lid van de sociale groep van de Guinese vrouwen moet haar internationale bescherming toegekend worden. De status van vluchteling wordt toegekend.