Samenvatting
De verzoeker werd veroordeeld wegens het plegen van strafbare feiten. Verder gaf een klacht van verzoeker aanleiding tot de veroordeling van een andere vreemdeling wegens mensensmokkel. Hierbij werd de verzoeker als slachtoffer beschouwd. Dit alles laat niet toe vast te stellen dat het voor verzoeker zeer moeilijk of zelfs onmogelijk is om een verblijfsmachtiging aan te vragen zoals voorzien in artikel 9 Vreemdelingenwet. De procedure van artikel 9bis Vreemdelingenwet staat volledig los van die van artikelen 61/2 en 61/5 Vreemdelingenwet. Verweerder moest dus wel degelijk voldoen aan de in artikel 9bis Vreemdelingenwet vastgelegde ontvankelijkheidsvoorwaarden. De artikelen 61/2, 61/5 Vreemdelingenwet en artikel 110bis Verblijfsbesluit doen hieraan geen afbreuk. De verweerder weigerde eerder al gevolg te geven aan een aanvraag op basis van artikelen 61/2, 61/5 Vreemdelingenwet en artikel 110bis Vreemdelingenbesluit. Dat de klacht van de verzoeker aanleiding gaf tot een veroordeling van een andere vreemdeling wegens mensensmokkel impliceert geenszins dat de beslissing om een verblijfstitel te weigeren niet langer rechtsgeldig zou zijn of zou moeten worden herzien.