Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 75.831 - 27-02-2012

Samenvatting

De Raad van State vernietigde bij arrest nummer 198.769 van 9 december 2009 de instructie van 19 juli 2009. Dit belet niet dat de overheid in het algemeen nader bepaalt welke principes zij zal volgen bij de invulling van haar appreciatiebevoegdheid wanneer zij de gegrondheid van regularisatieaanvragen op basis van art. 9bis Vw. beoordeelt. Zo’n gedragslijn kan bijdragen tot een eenvormige toepassing van de discretionaire bevoegdheid en tot het uitsluiten van arbitraire beslissingen. De overwegingen van het bovenvermeld arrest sluiten niet uit dat de staatssecretaris de mogelijk heeft om een beleidslijn uit te zetten. De staatssecretaris mag de criteria van de vernietigde instructie hernemen bij de beoordelingen ten gronde. De instructie van 19 juli 2009 somt op een niet-exhaustieve wijze bepaalde specifieke situaties op die aanleiding kunnen geven tot de toekenning van een machtiging tot verblijf op grond van artikel 9bis Vw. Een dergelijke gedragslijn mag evenwel niet het karakter aannemen van een strakke en absoluut bindende regel. Dit zou ervoor zorgen dat de inhoud van de te nemen particuliere beslissing al van tevoren is vastgesteld. En dit nog vóór het onderzoek en de beoordeling van de eigen merites, alle merites, van elke concrete zaak afzonderlijk. De voorwaarden van de instructie mogen dus niet worden toegepast als dwingende regel. Hiermee zou immers afbreuk worden gedaan aan de discretionaire bevoegdheid van de minister c.q. staatssecretaris of zijn gemachtigde. Uit de eerste bestreden beslissing blijkt dat verzoekers argument van het hebben van een arbeidsovereenkomst en zijn werkwilligheid in een knelpuntberoep uitsluitend afgehandeld wordt binnen criterium 2.8. B van de instructie van 19 juli 2009. Dit criterium wordt hier als een dwingende regel toegepast. Dit blijkt ook uit de slotzin van de bestreden beslissing. Deze stelt “Overigens doen deze elementen aangaande de integratie van betrokkene ook niets af aan de voorwaarden die gesteld worden met betrekking tot de instructie d.d. 19.07.2009.” Verwerende partij beperkt hierdoor haar “soepelheid in de appreciatie van een regularisatiedossier”. Dit maakt een schending van artikel 9bis Vw. uit.