Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 77.134 - 13-03-2012

Samenvatting

De verzoekende partij die aantoont dat jegens haar een weigeringsbeslissing is genomen tot verblijf van meer dan drie maanden met bevel om het grondgebied te verlaten, daardoor alleen al het wettelijk vereiste belang heeft bij de nietigverklaring van deze beslissing. Dit betekent evenwel niet dat er in dat geval in hoofde van die verzoekende partij een onweerlegbaar vermoeden van belang bestaat. Concrete elementen kunnen dit vermoeden weerleggen. De wet van 8 juli 2011 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen wat betreft de voorwaarden tot gezinshereniging bevat geen overgangsbepalingen. De onmiddellijke uitwerking van een nieuwe wet is een algemeen rechtsbeginsel. Deze nieuwe wet in beginsel onmiddellijk toepasselijk op wie zich in haar werkingssfeer begeeft maar ook op wie zich reeds tevoren in die werkingssfeer bevond. Een nieuwe wet in de regel niet enkel van toepassing op toestanden ontstaan na haar inwerkingtreding maar ook op de toekomstige gevolgen van een onder de vroegere wet ontstane toestand, die zich voordoen of die voortduren onder de gelding van de nieuwe wet. De verwerende partij moet na een eventueel tussen te komen annulatiearrest een nieuwe beslissing nemen op basis van de wet zoals die geldt op het ogenblik van het nemen van de nieuwe beslissing. De overheid zal dan niet alleen moeten rekening houden met de motieven van het vernietigingsarrest maar ook als gevolg van het adagium “tempus regit actum” de nieuwe wetgeving moeten toepassen. Het declaratieve karakter van de erkenning van een verblijfsrecht doet geen afbreuk aan deze conclusie daar het niet vermag een opgeheven recht te doen herlevenOp het ogenblik van de uitspraak zijn de voornoemde artikelen 40bis en 40ter Vw. van toepassing. Aangezien het loutere feit dat de verzoekende partij een aanvraag had ingediend op zich geen onherroepelijk vastgesteld recht creëert, zal de verwerende partij bij een eventuele vernietiging van de bestreden beslissing tot weigering tot verblijf van meer dan drie maanden, de voorwaarden vervat in de nu geldende artikelen 40bis en 40ter Vw. moeten toepassen. De voorwaarden van de voornoemde bepalingen bieden geen ruimte om de aanvraag tot gezinshereniging van een ascendent met haar meerderjarig kind met de Belgische nationaliteit in te willigen. Op basis daarvan alleen heeft de verzoekende partij in beginsel geen actueel belang meer bij haar beroep. De bestreden beslissing omvat evenwel ook een bevel om het grondgebied te verlaten. Een uitvoerbaar bevel om het grondgebied te verlaten, in hoofde van de verzoekende partij, veroorzaakt uit zijn aard alleen al een nadeel en de vernietiging ervan geeft haar een tastbaar voordeel. In zo’n geval bestaat er geen onweerlegbaar vermoeden van belang. Concrete elementen kunnen dit vermoeden weerleggen. Alhoewel de verzoekende partij geen actueel belang meer heeft bij de weigering van verblijf van meer dan drie maanden heeft zij, tenzij concrete elementen dit weerleggen, in beginsel een voldoende belang bij het onderdeel dat betrekking heeft op het bevel om het grondgebied te verlaten. Aangezien de bestreden beslissing in rechte één en ondeelbaar is zodat het onderdeel met betrekking tot het bevel er in rechte niet kan worden afgesplitst, heeft de verzoekende partij in beginsel het actuele karakter van haar belang niet verloren door de inwerkingtreding van de voormelde nieuwe wetsbepalingen. Het loutere feit dat de hiervoor vermelde regelgeving in werking is getreden heeft geen invloed op het actuele karakter van het belang. De aangewezen kamer moet onderzoeken of de verzoekende partij over het vereiste belang beschikt alsook oordelen over alle andere rechtsvragen die zich in deze zaak stellen en die, vanuit de bedoeling om de eenheid van rechtspraak te verzekeren, geen uitspraak van de algemene vergadering noodzaken. De debatten worden heropend. De zaak wordt verwezen naar de algemene rol.