Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 77.630 - 20-03-2012

Samenvatting

Elke administratieve overheid mag bij de uitoefening van haar bevoegdheden de erkenning van een vreemde akte weigeren. De verwerende partij is hier bevoegd om een aanvraag te beoordelen van een visum ‘gezinshereniging’ en van een verblijf van meer dan drie maanden als familielid van een burger van de Unie. De verwerende partij kan bij hierbij de doorwerking van de vreemde akte onderzoeken en op basis van artikel 27, § 1, eerste lid WIPR weigeren. Dit kan wanneer zij meent dat de rechtsgeldigheid van deze buitenlandse akte niet kan worden vastgesteld overeenkomstig het toepasselijke recht, en meer bepaald met inachtneming van de artikelen 18 en 21 van het WIPR. Alle overheden hebben de bevoegdheid tot ‘de-plano-erkenning’. Dat bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand deze buitenlandse akte wel zou erkennen, belet niet dat verweerder binnen zijn bevoegdheden deze erkenning weigert. De gemachtigde van de staatssecretaris voor Migratie- en asielbeleid kan dus verifiëren of het huwelijk waarop de verzoekende partij zich beroept in België rechtsgeldig is. De grondvoorwaarden voor het huwelijk die betrekking hebben op beide echtgenoten moeten cumulatief aan de nationale wetten van beide partners onderworpen zijn. De nationale wet met de meest beperkende regeling moet toegepast worden. De verwerende partij mag dus de het huwelijk van de verzoekende partij toetsen aan artikel146bis BW.