Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 80.364 - 27-04-2012

Samenvatting

De verwerende partij moest weten dat de bestreden beslissing kon raken aan het recht op gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM. Het komt dus aan haar toe om een nauwkeurig onderzoek te doen van de situatie en om de belangen af te wegen. Nergens in het administratief dossier blijkt dat de verwerende partij een correct evenwicht poogde te vinden tussen het beoogde doel en de ernst van de inmenging. Noch blijkt dat zij een belangenafweging deed met betrekking tot de huidige gezinssituatie van de echtgenoten. De verwerende partij was perfect op de hoogte van het gezinsleven van de verzoekster in België. Zij kende haar immers een verblijfsrecht toe op basis van gezinshereniging. Zij trekt echter dit recht in, op basis van art. 11, § 2, eerste lid, 1° Vw., alleen maar omdat de specifieke voorwaarden van artikel 10 Vw. niet (meer) voldaan zijn. De verwerende partij onderzocht de zaak niet zo nauwkeurig als mogelijk op basis van de omstandigheden waarvan zij kennis had of moest hebben op het ogenblijk van de beslissing.