Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 93.324 - 11-12-2012

Samenvatting

Verzoekster is Soedanese. Zij is geboren en opgegroeid in Saudië-Arabië, heeft gestudeerd in Egypte. Zij heeft geprobeerd om hogere studies te volgen in Soedan maar kwam in aanvaring met de politie wegens haar kledij en omdat ze met een vriend en medestudent over straat liep. Ze stopte haar studies daar en keerde terug naar Soedan. Later haalde ze een diploma tandheelkunde in Egypte. Zij is niet enkel hooggeschoold. Zij is ook een talentvol kunstenaar en is bijzonder begaafd voor talen. Haar Nederlands is na amper twee jaar nagenoeg feilloos. Dit maakt aannemelijk dat zij als tolk voor het persagentschap Reuters kon werken zonder speciale talenopleiding. Zij is een verwesterde vrouw. Bij de asielaanvraag moet met haar eigenheid en uitgesproken opvattingen rekening worden gehouden. Al voor de feiten die de rechtstreekse aanleiding waren van de vervolging en de asielaanvraag, trof verzoekster voorbereidingen om naar België te komen. Dat verzoeksters reis naar Europa legaal was en tijdig werd gepland, doet geen afbreuk aan haar voorgehouden vrees voor vervolging. Volgens verzoekster zijn de vervolgingen een gevolg van een straatincident tussen de politie en het persagentschap Reuters waar zij als tolk voor zou hebben gewerkt. Verzoekster roept die incident zelf niet in als asielmotief. Maar door het incident kwam verzoekster wel in de aandacht van een politieman. Tijdens een opname werd een journalist van Reuters aangehouden op straat en meegenomen naar het politiekantoor. Hieruit blijkt minstens dat de veiligheidsdiensten de journalist en zijn interview in aandacht hielden. Reuters bevestigt in een mail dat het incident heeft plaatsgevonden op de datum die verzoekster aangeeft. Verzoekster is bij hen bekend en Reuters weet dat zij optrad als tolk voor de desbetreffende journalist. Het feit dat Reuters verantwoordelijkheid afwijst ten aanzien van verzoekster, kan niet tegen verzoekster worden gehouden. Hieruit dus wel blijken dat verzoekster aanwezig was bij de interpellatie van de journalist. Dit geldt minstens als begin van bewijs. Verzoekster probeerde zich na haar studies eerst als tandarts in Soedan te vestigen. Toen dat niet lukte, zocht verzoekster alternatieven via een familievriend die een mediabedrijf had opgericht. De snelheid waarmee verzoekster werk zoekt en vindt, getuigt van inzet om zich alsnog te vestigen in Soedan. Volledigheidshalve kan ook opgemerkt worden dat verzoekster ook in België met dezelfde inzet na korte tijd een arbeidsvergunning verkreeg. Verder kan de CGVS niet tegelijkertijd kan argumenteren dat verzoeksters aanwezigheid bij het straatincident weinig geloofwaardig is omdat ze niet gearresteerd werd en anderzijds, wanneer verzoekster achteraf wel gearresteerd wordt, stellen dat deze arrestatie niet geloofwaardig was omdat al werd uitgemaakt dat niet aannemelijk is dat verzoekster bij het incident aanwezig was omdat ze niet gearresteerd werd. Verzoekster werd een eerste keer opgepakt door dezelfde politiemannen die bij het persincident van augustus 2010 betrokken waren. Verzoekster werd meegenomen omdat ze de kleding- en gedragsregels niet zou respecteren. Dit bleek een drogreden. De agenten doorzochten verzoeksters GSM. Daarop stonden enkele foto’s van haar pentekeningen waarvan ze ter terechtzitting enkele toont, waaronder enkele naaktfiguren. Verzoekster stelt dat ze tijdens de ondervraging hard werd aangepakt en dat een verkrachting verijdeld werd doordat een hogere officier arriveerde. Verzoekster heeft een proces-verbaal met bekentenissen uit schrik ondertekend en omdat ze daarna het kantoor kon verlaten. Verzoekster heeft daarop elk contact met de politiemannen vermeden niettegenstaande de politie haar stalkte, voor haar deur kwam en haar telefonisch lastigviel. Het is pas omdat haar vader aanwezig was dat verzoekster op 14 september 2010 zonder discussie met de politiemannen meeging naar het politiekantoor. Zij bedreigden haar met het proces-verbaal dat ze ondertekend had en de moeilijkheden die ze daardoor kon ondervinden. Verzoekster licht ter terechtzitting toe dat ze haar vader niet kon betrekken in haar moeilijkheden omdat hij als vader de plicht heeft op te komen voor de eer van de familie. Verzoekster meent dat dit reële gevolgen kon hebben voor haar vader, zijn (snelle) terugkeer naar Saoedi-Arabië zou verhinderen en aldus zijn werkvergunning, zijn verblijf en dit van de ganse familie kon aantasten. Verzoekster meent dat haar belangen niet opwegen tegen deze van haar ouders, zus en broertjes. Het is in deze context dat ze de beslissing nam naar het politiekantoor te gaan, en in de veronderstelling dat ze de problemen met het proces-verbaal kon oplossen en dat dit niet noodzakelijk onveilig zou zijn. Als de stalker en verkrachter zelfstandig handelde en niet als politieman in opdracht van de autoriteiten, dan nog is in casu zijn hoedanigheid van politieman verzwarend. Dit is zo te meer nu de verkrachting gebeurde op het politiekantoor. Verkrachting op zich al een daad is die tot controverse leidt. Daarbij wordt de vrouw vaak niet gehoord, laat staan geloofd. Daarenboven blijkt uit toegevoegde landeninformatie dat dergelijke misdrijven gepleegd door de politiediensten of veiligheidsdiensten in Soedan, meer voorkomen en ongestraft blijven. Ter terechtzitting wordt verwezen naar landeninformatie waarbij gesteld wordt dat de mensenrechtensituatie in Soedan verontrustend is. Nationale autoriteiten pakken willekeurig personen op en folteren om bekentenissen te doen afleggen. Daarbij is verkrachting een gangbare methode. De situatie van de vrouwen in het bijzonder verslechtert. Vrouwen worden in Soedan geregeld opgepakt en aangeklaagd wegens schending van de openbare orde. Verzoeksters problemen in Soedan kaderen dan ook binnen deze objectieve situatie. Verzoekster was bij haar binnenkomst zwanger en onderging een abortus. De zwangerschapsduur kan verzoeksters verklaringen ondersteunen. Uit de samenloop van alle gegevens in het administratief dossier en het verzoekschrift kan blijken dat verzoeksters verklaringen aannemelijk zijn. Ook de zwangerschapsonderbreking kan worden gezien in het licht van verzoeksters verklaringen tijdens het CGVS-verhoor en ter terechtzitting over haar vader, de verplichtingen die op hem vallen en de gevolgen voor het ganse gezin. Verzoekster is geen alleenstaande vrouw. Wel kan in rekening gebracht worden dat verzoekster slechts voor enkele maanden effectief in Soedan woonde en ze weinig familie en kennissen heeft in dit land en geen netwerk waar ze kan op terugvallen. Verzoekster handelde consequent doorheen haar leven en heeft altijd eenduidig haar veiligheid en integriteit bewaakt. Dit deed ze aan de universiteit in Soedan met als gevolg dat ze vier jaar haar studies opzij moest zetten. Ze deed dit ook in haar werkkring in Saoedi-Arabië. Daar weigerde verzoekster een baan in een tandartspraktijk omdat dit een totale afhankelijkheid zou impliceren van haar diensthoofd met onder meer intrekking van haar paspoort en onzekerheid van verblijfsvergunning. Ten slotte kan verzoekster niet verweten worden haar asielaanvraag pas in te dienen na beraad en nadat ze onder meer had vastgesteld dat ze zwanger was, zeker niet nu verzoekster als geschoold en begaafd persoon eventuele andere oplossingen mogelijk achtte en dit bovendien effectieve consequenties had naar haar familie met wie ze een nauwe band heeft. Als de feiten, waaronder de verkrachting, elk op zich onvoldoende zijn om aan te tonen dat verzoekster haar land diende te ontvluchten, heeft verzoekster in casu aannemelijk gemaakt dat de daden van vervolging cumulatief gezien, ernstig zijn, herhaaldelijk waren en genderspecifiek in de zin van artikel 48/3, §2, 2de alinea f) zijn. Daarbij kan niet voorbijgegaan worden aan verzoeksters specifieke profiel en persoonlijkheid.