Rechtbank van eerste aanleg Brussel - 2012/4295/A - 19-06-2013

Samenvatting

Een Belgisch-Amerikaans koppel wil scheiden. Hun laatste gewoonlijke, gemeenschappelijke verblijfplaats was in België. De Belgische vrouw woont nu in Frankrijk en de Amerikaanse vrouw woont vermoedelijk terug in de Amerikaanse staat Alabama. Noch Frankrijk, noch de staat Alabama kennen het huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht. Dit sluit elke mogelijkheid tot scheiden in Frankrijk of Alabama uit. 
We moeten kijken naar artikel 11 WIPR om de internationale bevoegdheid te kunnen bepalen. Het “noodforum” gaat erover dat de Belgische rechtbanken een bijzondere toekenning van internationale bevoegdheid krijgen om kennis te nemen van een vordering die een nauwe band heeft met België en die onmogelijk of zeer moeilijk door de rechtzoekende kan ingesteld worden in het buitenland. De nauwe band staat vast. Een van de partijen is geboren als Belgische en woonde er tot aan haar verhuis naar Zwitserland op 2 februari 2011. De partijen leerde mekaar kennen in België en trouwden er. De partijen hadden hun laatste gemeenschappelijke, gewoonlijke verblijfplaats in België. Een procedure in het buitenland opstarten is onmogelijk omdat geen van beide landen van gewoonlijk verblijf het huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht erkent. De Belgische rechtbanken zijn dus bevoegd. 
Gelet op artikel 55, § 1, 4° WIPR wordt echtscheiding geregeld door de Belgisch recht.