Rechtbank van eerste aanleg Brussel - 2013/1402/C - 3-02-2014

Samenvatting

Het onderzoek door het Parket maakt geen deel uit van de documenten vereist door artikel 10 en 12bis Vw. De brief van het Parket van 29 augustus 2012 (DVZ) wou Dienst Vreemdelingenzaken op de hoogte brengen van het onderzoek naar de geldigheid van het huwelijk dat er kwam op vraag van de ambtenaar van de burgerlijke stand in het kader van de erkenning van het buitenlands huwelijk. Alhoewel de procureur des Konings in dezelfde brief vraagt om geen visum gezinshereniging af te leveren, schorst die vraag op zich de termijn van zes maanden uit artikel 12bis niet. 
Ten onrechte gaf de Dienst Vreemdelingenzaken op de datum van de visumaanvraag gezinshereniging geen bijlage 15quinquies af die de vervaltermijn doet lopen voorzien in artikel 12bis. De datum van indiening van de aanvraag is die waarop alle bewijzen, overeenkomstig artikel 30 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht of de internationale overeenkomsten betreffende dezelfde materie, worden overgelegd. Artikel 12bis, § 2, tweede en derde lid vermelden met name het uittreksel uit het strafregister en een medische getuigschrift. Ook het bewijs van voldoende huisvesting en voldoende bestaansmiddelen in hoofde van het familielid met verblijfsrecht in België horen daarbij (art. 10, § 2, 4° Vw.). De aanvraag van een visum gezinshereniging vereist noodzakelijkerwijs ook een bewijs van het buitenlands huwelijk om de verwantschapsband aan te tonen. De wet vraagt echter geen bewijs van erkenning van dit huwelijk door de Belgische ambtenaar van de burgerlijke stand. Het staat vast dat al deze documenten op 2 oktober 2012 werden overgelegd aan de bevoegde consul. 
DVZ noch haar vertegenwoordiger hebben binnen de zes maanden een beslissing over de visumaanvraag genomen noch een beslissing tot verlenging van die termijn. Daarom moet krachtens artikel 12bis Vw. een visum gezinshereniging afgeleverd worden. Het advies van de Procureur over het huwelijk was weliswaar negatief omdat het parket een schijnhuwelijk vermoedde en dus fraude. Maar, de minister had rekening kunnen houden met dit advies en op basis van artikel 11 Vw. de visumaanvraag kunnen weigeren binnen de zes maanden omdat de vreemdeling die zich in één van de gevallen van artikel 10 Vw. bevindt niet aan de voorwaarden van artikel 10 voldoet of omdat hij in het huwelijk is getreden met als enige doel een verblijfsrecht te krijgen in België.