Samenvatting
De RvV vernietigde op 6 september 2022 de beslissing van DVZ van 6 mei 2020.
De raadsman van verzoekster heeft vervolgens de DVZ tot drie keer toe gevraagd een nieuwe beslissing te nemen of een verblijfskaart af te leveren. Op automatische antwoorden na kwam hier geen reactie op.
Op het eerste zicht is door een vertraging van 16 maanden de redelijke termijn waarbinnen de administratie de aanvraag moet behandelen overschreden. Deze vertraging is in het nadeel van verzoekster en haar kinderen, die zich in een precaire situatie bevinden.
De Belgische staat wordt veroordeeld om een nieuwe beslissing te nemen binnen een termijn van 8 dagen vanaf de betekenis van het vonnis, onder een dwangsom van 500 euro per dag vertraging met een maximum van 30.000 euro.