Rechtbank van eerste aanleg Brussel - 23/846/B - 20-11-2023

Samenvatting

Ten tijde van de geboorte van eiser van het Belgisch internationaal privaatrecht nog niet gecodificeerd. Het Wetboek van Internationaal Privaatrecht dateert van 16 juli 2004 en is in werking getreden op 1 oktober 2004.

Voordien was het Belgisch internationaal privaatrecht versnipperd over verschillende wetteksten, waaronder het toen geldende artikel 3 van het Burgerlijk Wetboek, dat bepaalde dat de wetten betreffende de staat en de bekwaamheid van personen van toepassing zijn op Belgen, ook wanneer zij in het buitenland verblijven. De Belgische rechters pasten naar analogie daarvan ook de nationale wet van buitenlanders toe op materies die de staat en de bekwaamheid van de persoon betreffen, zoals de naamgeving (zie ook T. KRUGER en J. VERHELLEN, Internationaal Privaatrecht: de essentie, Brugge, die Keure 2021, p. 35).

Verzoeker had bij zijn geboorte (en ook nu nog) de Spaanse nationaliteit.

Volgens het Spaanse naamrecht, zoals van toepassing ten tijde van de geboorte van verzoeker, heeft het kind het recht de namen van de vader en de moeder te dragen (zie artikel 114 van het toenmalige Spaanse Burgerlijk Wetboek).

Zo ook dragen de oudere zus en broer van verzoeker, beiden geboren te Spanje, de naam X, zijnde het eerste deel van de naam van de vader en het eerste deel van de naam van de moeder. Naar Spaans recht draagt verzoeker diezelfde naam.

De Belgische ambtenaar van de burgerlijke stand heeft voor verzoeker, geboren te Watermaal-Bosvoorde, ten onrechte volgens het Belgisch naamrecht, de naam van de vader van verzoeker opgenomen in de geboorteakte. Deze naam werd vervolgens ook opgenomen in de latere Belgische aktes van de burgerlijke stand die betrekking hebben op verzoeker, met name zijn huwelijksaktes en echtscheidingsaktes.

Het past bijgevolg om de foutieve vermeldingen van de naam van verzoeker in voormelde aktes recht te zetten.