Rechtbank van eerste aanleg Brussel - 24/34/C - 13-03-2024

Samenvatting

De verzoekers hebben respectievelijk een visum op basis van een gecombineerde vergunning en een visum gezinshereniging verkregen van de Belgische staat, maar valt niet onder de categorieën voor de evacuatielijst.

De rechtbank baseert haar betoog op de verplichtingen die op de Belgische Staat rusten in het Handvest van de grondrechten, na de afgifte van visa aan de verzoekers:

- Door het verlenen van een gecombineerde vergunning heeft de Belgische Staat richtlijn 2011/98/EG ten uitvoer gebracht in de zin van artikel 51.1 van het handvest.

- In toepassing van de artikelen 51.1 en 52.3 kan de heer zich derhalve beroepen op de rechten vastgelegd in het EU Handvest, waaronder het recht op leven gegarandeerd door artikel 2 en de positieve verplichting om preventieve maatregelen van praktische aard te nemen om het leven te beschermen, op voorwaarde dat deze verplichting de administratie geen ondraaglijke of buitensporige last oplegt, en het recht op privé- en gezinsleven, gegarandeerd door artikel 7 van het Handvest, om te verzoeken dat identieke maatregelen worden genomen ten aanzien van zijn vrouw en kinderen.

- De rechtbank is van oordeel dat de Belgische Staat op kennelijk onredelijke wijze gebruik maakt van zijn discretionaire bevoegdheid door te weigeren de Israëlisch/Egyptische autoriteiten om de evacuatie van het gezin te verzoeken. De gevraagde maatregel vormt geenszins een ondraaglijke of buitensporige last. Het is onbegrijpelijk of kennelijk onredelijk dat de Belgische Staat niet overgaat tot wat in dit geval neerkomt op het sturen van een eenvoudig bericht naar de autoriteiten waarmee zijn administratie al contact heeft.