de plano erkenning

Het Wetboek Internationaal Privaatrecht (WIPR) hanteert het principe van de plano-erkenning als algemeen uitgangspunt. Dat betekent dat eender welke instantie aan wie het document wordt voorgelegd over de erkenning kan beslissen, zónder dat er eerst een rechterlijke procedure gevoerd dient te worden. 

Gevolg: mogelijkheid van tegenstrijdige beslissingen

Doordat elke instantie discretionair bevoegd is om over de erkenning van een buitenlands document te oordelen, ontstaat de mogelijkheid tot tegenstrijdige beslissingen. Zo kan de Dienst Vreemdelingenzaken oordelen dat een buitenlands huwelijk erkenbaar is en op basis daarvan een visum gezinshereniging toekennen, terwijl diezelfde huwelijksakte vervolgens wordt voorgelegd aan de ambtenaar van de burgerlijke stand (ABS) die oordeelt dat het huwelijk níet erkend kan worden. Beide instanties hebben immers die bevoegdheid en ze zijn niet gebonden door elkaars beslissing (zie echter de uitzonderingen hieronder).

In een dergelijke situatie kan het document ter erkenning worden voorgelegd aan de rechter. Op basis van artikel 23 WIPR (buitenlandse vonnissen) en artikel 27 WIPR (buitenlandse akten) is uiteindelijk de rechter bevoegd om een definitief oordeel te vellen. Eens er een vonnis is, is dat meteen ook bindend voor alle andere instanties. 

Uitzonderingen

Op het de plano-principe zijn twee uitzonderingen:

  • adoptie

    De bevoegdheid om buitenlandse adopties te beoordelen is exclusief toebedeeld aan de federale centrale autoriteit  inzake adopties.

  • een Belgische akte opgemaakt op basis van een buitenlandse akte. 

    Overeenkomstig de artikelen 68 en 70 BW moet er een Belgische akte worden opgemaakt van elke buitenlandse akte, administratieve of gerechtelijke beslissing van zodra:

    - de akte of beslissing betrekking heeft op een Belg of zijn wettelijke vertegenwoordiger en diens staat van de persoon wijzigt

    - de akte of beslissing voorgelegd wordt bij de opmaak of de wijziging van een akte van de burgerlijke stand óf bij een aanpassing van het bevolkingsregister (BR), het vreemdelingenregister (VR) of het wachtregister (WR) 

    - de Procureur des Konings verzoekt er om  

    Op dit vlak heeft de wetgever hier dus afstand gedaan van het de plano-principe dat voorziet dat elke Belgische overheid de discretionaire bevoegdheid heeft om een buitenlands document te beoordelen. Een Belgische akte heeft immers bewijskracht tenzij valsheid in geschrifte wordt aangetoond. Van zodra er een Belgische akte is opgemaakt naar aanleiding van een buitenlands document kan een Belgische instantie deze niet meer zomaar naast zich neerleggen.

    Voorbeeld: Een niet-Belg die in België is ingeschreven, legt op een later moment zijn Roemeense huwelijksakte voor. Als de huwelijksakte de IPR-rechtelijke controletoets doorstaat, zal de ambtenaar een Belgische akte op basis van de Roemeense huwelijksakte opmaken en deze opnemen in de DABS. Het rijksregister (IT 120) wordt aangepast.  Stel dat diezelfde persoon gezinshereniging wil aanvragen met zijn of haar partner, dan moet de Roemeense huwelijksakte niet nog eens IPR-rechtelijke getoetst worden door DVZ eens er een Belgische huwelijksakte van is opgemaakt.

     

    Zie ook:

    -  Wil je een buitenlandse familiesituatie in België laten erkennen?

    - Rb Brugge: DVZ mag Belgische akte op basis van buitenlandse akte niet opnieuw als buitenlandse akte beoordelen